Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A1 · Onregelmatig

Vervoeging van Krijgen

krijgen = to get, receive

Hele werkwoord
krijgen
Verleden tijd
kreeg · kregen
Voltooide tijd
heeft gekregen

Kort antwoord

Krijgen is in het Engels to get, receive. Verleden tijd: kreeg (enkelvoud) en kregen (meervoud). Voltooid deelwoord: gekregen, met hebben: ik heb gekregen.

Oefen krijgen

Tegenwoordige tijd

ikkrijg
jijkrijgt
hij/zij/hetkrijgt
wijkrijgen
julliekrijgen
zijkrijgen

Verleden tijd

ikkreeg
jijkreeg
hij/zij/hetkreeg
wijkregen
julliekregen
zijkregen

Voltooide tijd

ikheb gekregen
jijhebt gekregen
hij/zij/hetheeft gekregen
wijhebben gekregen
julliehebben gekregen
zijhebben gekregen

Voltooid verleden tijd

ikhad gekregen
jijhad gekregen
hij/zij/hethad gekregen
wijhadden gekregen
julliehadden gekregen
zijhadden gekregen

Toekomende tijd

ikzal krijgen
jijzult krijgen
hij/zij/hetzal krijgen
wijzullen krijgen
julliezullen krijgen
zijzullen krijgen

Voorwaardelijke wijs

ikzou krijgen
jijzou krijgen
hij/zij/hetzou krijgen
wijzouden krijgen
julliezouden krijgen
zijzouden krijgen

Oefen krijgen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

Zo werkt dit werkwoord

  • Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: krijgen, kreeg, gekregen.
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij krijgt, maar krijg jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van krijgen?

kreeg (ik, jij, hij/zij/het) en kregen (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van krijgen?

gekregen, met hebben: ik heb gekregen.

Gebruik je krijgen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gekregen, hij heeft gekregen.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.