Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Lassen

lassen = to weld

Hele werkwoord
lassen
Verleden tijd
laste · lasten
Voltooide tijd
heeft gelast

Kort antwoord

Lassen is in het Engels to weld. Verleden tijd: laste (enkelvoud) en lasten (meervoud). Voltooid deelwoord: gelast, met hebben: ik heb gelast.

Oefen lassen

Tegenwoordige tijd

iklas
jijlast
hij/zij/hetlast
wijlassen
jullielassen
zijlassen

Verleden tijd

iklaste
jijlaste
hij/zij/hetlaste
wijlasten
jullielasten
zijlasten

Voltooide tijd

ikheb gelast
jijhebt gelast
hij/zij/hetheeft gelast
wijhebben gelast
julliehebben gelast
zijhebben gelast

Voltooid verleden tijd

ikhad gelast
jijhad gelast
hij/zij/hethad gelast
wijhadden gelast
julliehadden gelast
zijhadden gelast

Toekomende tijd

ikzal lassen
jijzult lassen
hij/zij/hetzal lassen
wijzullen lassen
julliezullen lassen
zijzullen lassen

Voorwaardelijke wijs

ikzou lassen
jijzou lassen
hij/zij/hetzou lassen
wijzouden lassen
julliezouden lassen
zijzouden lassen

Oefen lassen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

lassen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Mijn oom in de fabriek grote stalen buizen.

  2. Voltooide tijd

    De monteur de fiets netjes .

  3. Bijzin

    Hij draagt een masker, terwijl hij de metalen deur .

  4. Tegenwoordige tijd

    Jij dat frame vast beter dan ik.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is las. In lassen staat s voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (laste, lasten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gelast).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij last, maar las jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van lassen?

laste (ik, jij, hij/zij/het) en lasten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van lassen?

gelast, met hebben: ik heb gelast.

Gebruik je lassen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gelast, hij heeft gelast.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.