Niveau A1 · Onregelmatig
Vervoeging van Lezen
lezen = to read
- Hele werkwoord
- lezen
- Verleden tijd
- las · lazen
- Voltooide tijd
- heeft gelezen
Kort antwoord
Lezen is in het Engels to read. Verleden tijd: las (enkelvoud) en lazen (meervoud). Voltooid deelwoord: gelezen, met hebben: ik heb gelezen.
Oefen lezenTegenwoordige tijd
| ik | lees |
| jij | leest |
| hij/zij/het | leest |
| wij | lezen |
| jullie | lezen |
| zij | lezen |
Verleden tijd
| ik | las |
| jij | las |
| hij/zij/het | las |
| wij | lazen |
| jullie | lazen |
| zij | lazen |
Voltooide tijd
| ik | heb gelezen |
| jij | hebt gelezen |
| hij/zij/het | heeft gelezen |
| wij | hebben gelezen |
| jullie | hebben gelezen |
| zij | hebben gelezen |
Voltooid verleden tijd
| ik | had gelezen |
| jij | had gelezen |
| hij/zij/het | had gelezen |
| wij | hadden gelezen |
| jullie | hadden gelezen |
| zij | hadden gelezen |
Toekomende tijd
| ik | zal lezen |
| jij | zult lezen |
| hij/zij/het | zal lezen |
| wij | zullen lezen |
| jullie | zullen lezen |
| zij | zullen lezen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou lezen |
| jij | zou lezen |
| hij/zij/het | zou lezen |
| wij | zouden lezen |
| jullie | zouden lezen |
| zij | zouden lezen |
Oefen lezen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
1 van 60 ✓
Tegenwoordige tijd
Zo werkt dit werkwoord
- Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: lezen, las, gelezen.
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij leest, maar lees jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van lezen?
las (ik, jij, hij/zij/het) en lazen (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van lezen?
gelezen, met hebben: ik heb gelezen.
Gebruik je lezen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb gelezen, hij heeft gelezen.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.