Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level A1 · Irregular

Weten conjugation

weten = to know (fact)

Infinitive
weten
Past
wist · wisten
Perfect
heeft geweten

Quick answer

Weten means to know (fact). Past tense: wist (singular) and wisten (plural). Past participle: geweten, with hebben: ik heb geweten.

Practise weten

Present (tegenwoordige tijd)

ikweet
jijweet
hij/zij/hetweet
wijweten
jullieweten
zijweten

Past (verleden tijd)

ikwist
jijwist
hij/zij/hetwist
wijwisten
julliewisten
zijwisten

Perfect (voltooide tijd)

ikheb geweten
jijhebt geweten
hij/zij/hetheeft geweten
wijhebben geweten
julliehebben geweten
zijhebben geweten

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad geweten
jijhad geweten
hij/zij/hethad geweten
wijhadden geweten
julliehadden geweten
zijhadden geweten

Future (toekomende tijd)

ikzal weten
jijzult weten
hij/zij/hetzal weten
wijzullen weten
julliezullen weten
zijzullen weten

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou weten
jijzou weten
hij/zij/hetzou weten
wijzouden weten
julliezouden weten
zijzouden weten

Practise weten

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: weten, wist, geweten.

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of weten?

wist (ik, jij, hij/zij/het) and wisten (wij, jullie, zij).

What is the past participle of weten?

geweten, with hebben: ik heb geweten.

Is weten used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb geweten, hij heeft geweten.

More verbs

All verbsDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.