Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Lossen

lossen = to unload

Hele werkwoord
lossen
Verleden tijd
loste · losten
Voltooide tijd
heeft gelost

Kort antwoord

Lossen is in het Engels to unload. Verleden tijd: loste (enkelvoud) en losten (meervoud). Voltooid deelwoord: gelost, met hebben: ik heb gelost.

Oefen lossen

Tegenwoordige tijd

iklos
jijlost
hij/zij/hetlost
wijlossen
jullielossen
zijlossen

Verleden tijd

ikloste
jijloste
hij/zij/hetloste
wijlosten
jullielosten
zijlosten

Voltooide tijd

ikheb gelost
jijhebt gelost
hij/zij/hetheeft gelost
wijhebben gelost
julliehebben gelost
zijhebben gelost

Voltooid verleden tijd

ikhad gelost
jijhad gelost
hij/zij/hethad gelost
wijhadden gelost
julliehadden gelost
zijhadden gelost

Toekomende tijd

ikzal lossen
jijzult lossen
hij/zij/hetzal lossen
wijzullen lossen
julliezullen lossen
zijzullen lossen

Voorwaardelijke wijs

ikzou lossen
jijzou lossen
hij/zij/hetzou lossen
wijzouden lossen
julliezouden lossen
zijzouden lossen

Oefen lossen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

lossen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De chauffeur de vrachtwagen bij de winkel.

  2. Verleden tijd

    Wij gisteren de boot in de haven.

  3. Voltooide tijd

    Zij alle dozen uit de bus .

  4. Tegenwoordige tijd

    Jij de pakketten bij de voordeur.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is los. In lossen staat s voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (loste, losten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gelost).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij lost, maar los jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van lossen?

loste (ik, jij, hij/zij/het) en losten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van lossen?

gelost, met hebben: ik heb gelost.

Gebruik je lossen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gelost, hij heeft gelost.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.