Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Mompelen

mompelen = to mumble

Hele werkwoord
mompelen
Verleden tijd
mompelde · mompelden
Voltooide tijd
heeft gemompeld

Kort antwoord

Mompelen is in het Engels to mumble. Verleden tijd: mompelde (enkelvoud) en mompelden (meervoud). Voltooid deelwoord: gemompeld, met hebben: ik heb gemompeld.

Oefen mompelen

Tegenwoordige tijd

ikmompel
jijmompelt
hij/zij/hetmompelt
wijmompelen
julliemompelen
zijmompelen

Verleden tijd

ikmompelde
jijmompelde
hij/zij/hetmompelde
wijmompelden
julliemompelden
zijmompelden

Voltooide tijd

ikheb gemompeld
jijhebt gemompeld
hij/zij/hetheeft gemompeld
wijhebben gemompeld
julliehebben gemompeld
zijhebben gemompeld

Voltooid verleden tijd

ikhad gemompeld
jijhad gemompeld
hij/zij/hethad gemompeld
wijhadden gemompeld
julliehadden gemompeld
zijhadden gemompeld

Toekomende tijd

ikzal mompelen
jijzult mompelen
hij/zij/hetzal mompelen
wijzullen mompelen
julliezullen mompelen
zijzullen mompelen

Voorwaardelijke wijs

ikzou mompelen
jijzou mompelen
hij/zij/hetzou mompelen
wijzouden mompelen
julliezouden mompelen
zijzouden mompelen

Oefen mompelen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

mompelen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Mijn opa de hele dag zachtjes voor zich uit.

  2. Verleden tijd

    De jongen een antwoord, maar niemand verstond hem.

  3. Voltooide tijd

    Zij iets over het weer .

  4. Bijzin

    Ik versta je niet als je zo zacht .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is mompel. In mompelen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (mompelde, mompelden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gemompeld).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij mompelt, maar mompel jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van mompelen?

mompelde (ik, jij, hij/zij/het) en mompelden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van mompelen?

gemompeld, met hebben: ik heb gemompeld.

Gebruik je mompelen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gemompeld, hij heeft gemompeld.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.