Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Nippen

nippen = to sip

Hele werkwoord
nippen
Verleden tijd
nipte · nipten
Voltooide tijd
heeft genipt

Kort antwoord

Nippen is in het Engels to sip. Verleden tijd: nipte (enkelvoud) en nipten (meervoud). Voltooid deelwoord: genipt, met hebben: ik heb genipt.

Oefen nippen

Tegenwoordige tijd

iknip
jijnipt
hij/zij/hetnipt
wijnippen
jullienippen
zijnippen

Verleden tijd

iknipte
jijnipte
hij/zij/hetnipte
wijnipten
jullienipten
zijnipten

Voltooide tijd

ikheb genipt
jijhebt genipt
hij/zij/hetheeft genipt
wijhebben genipt
julliehebben genipt
zijhebben genipt

Voltooid verleden tijd

ikhad genipt
jijhad genipt
hij/zij/hethad genipt
wijhadden genipt
julliehadden genipt
zijhadden genipt

Toekomende tijd

ikzal nippen
jijzult nippen
hij/zij/hetzal nippen
wijzullen nippen
julliezullen nippen
zijzullen nippen

Voorwaardelijke wijs

ikzou nippen
jijzou nippen
hij/zij/hetzou nippen
wijzouden nippen
julliezouden nippen
zijzouden nippen

Oefen nippen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

nippen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Zij voorzichtig van haar hete thee.

  2. Verleden tijd

    De gasten de hele avond van hun wijn.

  3. Voltooide tijd

    Ik even aan de soep om te proeven.

  4. Bijzin

    Hij zat rustig bij het raam, terwijl hij van zijn koffie .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is nip. In nippen staat p voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (nipte, nipten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (genipt).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij nipt, maar nip jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van nippen?

nipte (ik, jij, hij/zij/het) en nipten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van nippen?

genipt, met hebben: ik heb genipt.

Gebruik je nippen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb genipt, hij heeft genipt.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.