Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig, scheidbaar

Vervoeging van Ophogen

ophogen = to raise

Hele werkwoord
ophogen
Verleden tijd
hoogde op · hoogden op
Voltooide tijd
heeft opgehoogd

Kort antwoord

Ophogen is in het Engels to raise. Verleden tijd: hoogde op (enkelvoud) en hoogden op (meervoud). Voltooid deelwoord: opgehoogd, met hebben: ik heb opgehoogd.

Oefen ophogen

Tegenwoordige tijd

ikhoog op
jijhoogt op
hij/zij/hethoogt op
wijhogen op
julliehogen op
zijhogen op

Verleden tijd

ikhoogde op
jijhoogde op
hij/zij/hethoogde op
wijhoogden op
julliehoogden op
zijhoogden op

Voltooide tijd

ikheb opgehoogd
jijhebt opgehoogd
hij/zij/hetheeft opgehoogd
wijhebben opgehoogd
julliehebben opgehoogd
zijhebben opgehoogd

Voltooid verleden tijd

ikhad opgehoogd
jijhad opgehoogd
hij/zij/hethad opgehoogd
wijhadden opgehoogd
julliehadden opgehoogd
zijhadden opgehoogd

Toekomende tijd

ikzal ophogen
jijzult ophogen
hij/zij/hetzal ophogen
wijzullen ophogen
julliezullen ophogen
zijzullen ophogen

Voorwaardelijke wijs

ikzou ophogen
jijzou ophogen
hij/zij/hetzou ophogen
wijzouden ophogen
julliezouden ophogen
zijzouden ophogen

Ophogen is een scheidbaar werkwoord

In een hoofdzin gaat op naar het einde (ik hoog op). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik ophoog). Voltooid deelwoord: opgehoogd.

Hoofdzinik hoog op
Vraaghoog jij op?
Bijzin… dat ik ophoog
Met een modaal werkwoordik wil ophogen
Voltooide tijdik heb opgehoogd
Met om ... teom op te hogen
Gebiedende wijshoog op!

Scheidbare werkwoorden: regels en checker

Oefen ophogen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

ophogen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De gemeente de weg elk jaar een beetje .

  2. Verleden tijd

    Vorig jaar de werklui de dijk .

  3. Voltooide tijd

    Ze het terrein met zand .

  4. Tegenwoordige tijd

    Wij de tuin met nieuwe aarde .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is hoog. In hogen staat g voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (hoogde, hoogden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (opgehoogd).
  • Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat op naar het eind: ik hoog op. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik ophoog, ... dat ik ophoogde.
  • In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: opgehoogd.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van ophogen?

hoogde op (ik, jij, hij/zij/het) en hoogden op (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van ophogen?

opgehoogd, met hebben: ik heb opgehoogd.

Gebruik je ophogen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb opgehoogd, hij heeft opgehoogd.

Is ophogen een scheidbaar werkwoord?

Ja. In een hoofdzin gaat op naar het einde (ik hoog op), in een bijzin blijft het vast (dat ik ophoog). Voltooid deelwoord: opgehoogd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.