Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig, scheidbaar

Vervoeging van Opstapelen

opstapelen = to pile up

Hele werkwoord
opstapelen
Verleden tijd
stapelde op · stapelden op
Voltooide tijd
heeft opgestapeld

Kort antwoord

Opstapelen is in het Engels to pile up. Verleden tijd: stapelde op (enkelvoud) en stapelden op (meervoud). Voltooid deelwoord: opgestapeld, met hebben: ik heb opgestapeld.

Oefen opstapelen

Tegenwoordige tijd

ikstapel op
jijstapelt op
hij/zij/hetstapelt op
wijstapelen op
julliestapelen op
zijstapelen op

Verleden tijd

ikstapelde op
jijstapelde op
hij/zij/hetstapelde op
wijstapelden op
julliestapelden op
zijstapelden op

Voltooide tijd

ikheb opgestapeld
jijhebt opgestapeld
hij/zij/hetheeft opgestapeld
wijhebben opgestapeld
julliehebben opgestapeld
zijhebben opgestapeld

Voltooid verleden tijd

ikhad opgestapeld
jijhad opgestapeld
hij/zij/hethad opgestapeld
wijhadden opgestapeld
julliehadden opgestapeld
zijhadden opgestapeld

Toekomende tijd

ikzal opstapelen
jijzult opstapelen
hij/zij/hetzal opstapelen
wijzullen opstapelen
julliezullen opstapelen
zijzullen opstapelen

Voorwaardelijke wijs

ikzou opstapelen
jijzou opstapelen
hij/zij/hetzou opstapelen
wijzouden opstapelen
julliezouden opstapelen
zijzouden opstapelen

Opstapelen is een scheidbaar werkwoord

In een hoofdzin gaat op naar het einde (ik stapel op). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik opstapel). Voltooid deelwoord: opgestapeld.

Hoofdzinik stapel op
Vraagstapel jij op?
Bijzin… dat ik opstapel
Met een modaal werkwoordik wil opstapelen
Voltooide tijdik heb opgestapeld
Met om ... teom op te stapelen
Gebiedende wijsstapel op!

Scheidbare werkwoorden: regels en checker

Oefen opstapelen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

opstapelen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Hij de dozen in de garage .

  2. Verleden tijd

    De kinderen alle blokken tot een hoge toren .

  3. Voltooide tijd

    Het werk zich deze week flink .

  4. Bijzin

    Ik word zenuwachtig, omdat de rekeningen zich steeds meer .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is stapel. In stapelen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (stapelde, stapelden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (opgestapeld).
  • Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat op naar het eind: ik stapel op. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik opstapel, ... dat ik opstapelde.
  • In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: opgestapeld.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van opstapelen?

stapelde op (ik, jij, hij/zij/het) en stapelden op (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van opstapelen?

opgestapeld, met hebben: ik heb opgestapeld.

Gebruik je opstapelen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb opgestapeld, hij heeft opgestapeld.

Is opstapelen een scheidbaar werkwoord?

Ja. In een hoofdzin gaat op naar het einde (ik stapel op), in een bijzin blijft het vast (dat ik opstapel). Voltooid deelwoord: opgestapeld.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.