Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig, scheidbaar

Vervoeging van Opsturen

opsturen = to send

Hele werkwoord
opsturen
Verleden tijd
stuurde op · stuurden op
Voltooide tijd
heeft opgestuurd

Kort antwoord

Opsturen is in het Engels to send. Verleden tijd: stuurde op (enkelvoud) en stuurden op (meervoud). Voltooid deelwoord: opgestuurd, met hebben: ik heb opgestuurd.

Oefen opsturen

Tegenwoordige tijd

ikstuur op
jijstuurt op
hij/zij/hetstuurt op
wijsturen op
julliesturen op
zijsturen op

Verleden tijd

ikstuurde op
jijstuurde op
hij/zij/hetstuurde op
wijstuurden op
julliestuurden op
zijstuurden op

Voltooide tijd

ikheb opgestuurd
jijhebt opgestuurd
hij/zij/hetheeft opgestuurd
wijhebben opgestuurd
julliehebben opgestuurd
zijhebben opgestuurd

Voltooid verleden tijd

ikhad opgestuurd
jijhad opgestuurd
hij/zij/hethad opgestuurd
wijhadden opgestuurd
julliehadden opgestuurd
zijhadden opgestuurd

Toekomende tijd

ikzal opsturen
jijzult opsturen
hij/zij/hetzal opsturen
wijzullen opsturen
julliezullen opsturen
zijzullen opsturen

Voorwaardelijke wijs

ikzou opsturen
jijzou opsturen
hij/zij/hetzou opsturen
wijzouden opsturen
julliezouden opsturen
zijzouden opsturen

Opsturen is een scheidbaar werkwoord

In een hoofdzin gaat op naar het einde (ik stuur op). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik opstuur). Voltooid deelwoord: opgestuurd.

Hoofdzinik stuur op
Vraagstuur jij op?
Bijzin… dat ik opstuur
Met een modaal werkwoordik wil opsturen
Voltooide tijdik heb opgestuurd
Met om ... teom op te sturen
Gebiedende wijsstuur op!

Scheidbare werkwoorden: regels en checker

Oefen opsturen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

opsturen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Ik het pakket morgen naar mijn tante .

  2. Verleden tijd

    Zij gisteren een kaart naar haar opa .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is stuur. In sturen staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (stuurde, stuurden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (opgestuurd).
  • Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat op naar het eind: ik stuur op. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik opstuur, ... dat ik opstuurde.
  • In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: opgestuurd.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van opsturen?

stuurde op (ik, jij, hij/zij/het) en stuurden op (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van opsturen?

opgestuurd, met hebben: ik heb opgestuurd.

Gebruik je opsturen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb opgestuurd, hij heeft opgestuurd.

Is opsturen een scheidbaar werkwoord?

Ja. In een hoofdzin gaat op naar het einde (ik stuur op), in een bijzin blijft het vast (dat ik opstuur). Voltooid deelwoord: opgestuurd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.