Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Ordenen

ordenen = to organize

Hele werkwoord
ordenen
Verleden tijd
ordende · ordenden
Voltooide tijd
heeft geordend

Kort antwoord

Ordenen is in het Engels to organize. Verleden tijd: ordende (enkelvoud) en ordenden (meervoud). Voltooid deelwoord: geordend, met hebben: ik heb geordend.

Oefen ordenen

Tegenwoordige tijd

ikorden
jijordent
hij/zij/hetordent
wijordenen
jullieordenen
zijordenen

Verleden tijd

ikordende
jijordende
hij/zij/hetordende
wijordenden
jullieordenden
zijordenden

Voltooide tijd

ikheb geordend
jijhebt geordend
hij/zij/hetheeft geordend
wijhebben geordend
julliehebben geordend
zijhebben geordend

Voltooid verleden tijd

ikhad geordend
jijhad geordend
hij/zij/hethad geordend
wijhadden geordend
julliehadden geordend
zijhadden geordend

Toekomende tijd

ikzal ordenen
jijzult ordenen
hij/zij/hetzal ordenen
wijzullen ordenen
julliezullen ordenen
zijzullen ordenen

Voorwaardelijke wijs

ikzou ordenen
jijzou ordenen
hij/zij/hetzou ordenen
wijzouden ordenen
julliezouden ordenen
zijzouden ordenen

Oefen ordenen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

ordenen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Ik mijn papieren elke vrijdag in mappen.

  2. Verleden tijd

    De bibliothecaris de boeken op onderwerp.

  3. Voltooide tijd

    Zij al haar foto's op datum .

  4. Bijzin

    Het werk gaat sneller als wij onze gedachten eerst .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is orden. In ordenen staat n voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (ordende, ordenden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (geordend).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij ordent, maar orden jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van ordenen?

ordende (ik, jij, hij/zij/het) en ordenden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van ordenen?

geordend, met hebben: ik heb geordend.

Gebruik je ordenen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb geordend, hij heeft geordend.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.