Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B2 · Regular

Ordenen conjugation

ordenen = to organize

Infinitive
ordenen
Past
ordende · ordenden
Perfect
heeft geordend

Quick answer

Ordenen means to organize. Past tense: ordende (singular) and ordenden (plural). Past participle: geordend, with hebben: ik heb geordend.

Practise ordenen

Present (tegenwoordige tijd)

ikorden
jijordent
hij/zij/hetordent
wijordenen
jullieordenen
zijordenen

Past (verleden tijd)

ikordende
jijordende
hij/zij/hetordende
wijordenden
jullieordenden
zijordenden

Perfect (voltooide tijd)

ikheb geordend
jijhebt geordend
hij/zij/hetheeft geordend
wijhebben geordend
julliehebben geordend
zijhebben geordend

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad geordend
jijhad geordend
hij/zij/hethad geordend
wijhadden geordend
julliehadden geordend
zijhadden geordend

Future (toekomende tijd)

ikzal ordenen
jijzult ordenen
hij/zij/hetzal ordenen
wijzullen ordenen
julliezullen ordenen
zijzullen ordenen

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou ordenen
jijzou ordenen
hij/zij/hetzou ordenen
wijzouden ordenen
julliezouden ordenen
zijzouden ordenen

Practise ordenen

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is orden. The infinitive ordenen has n before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (ordende, ordenden) and the participle ends in -d (geordend).
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij ordent, but orden jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of ordenen?

ordende (ik, jij, hij/zij/het) and ordenden (wij, jullie, zij).

What is the past participle of ordenen?

geordend, with hebben: ik heb geordend.

Is ordenen used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb geordend, hij heeft geordend.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.