Niveau B2 · Regelmatig
Vervoeging van Overbruggen
overbruggen = to bridge
- Hele werkwoord
- overbruggen
- Verleden tijd
- overbrugde · overbrugden
- Voltooide tijd
- heeft overbrugd
Kort antwoord
Overbruggen is in het Engels to bridge. Verleden tijd: overbrugde (enkelvoud) en overbrugden (meervoud). Voltooid deelwoord: overbrugd, met hebben: ik heb overbrugd.
Oefen overbruggenTegenwoordige tijd
| ik | overbrug |
| jij | overbrugt |
| hij/zij/het | overbrugt |
| wij | overbruggen |
| jullie | overbruggen |
| zij | overbruggen |
Verleden tijd
| ik | overbrugde |
| jij | overbrugde |
| hij/zij/het | overbrugde |
| wij | overbrugden |
| jullie | overbrugden |
| zij | overbrugden |
Voltooide tijd
| ik | heb overbrugd |
| jij | hebt overbrugd |
| hij/zij/het | heeft overbrugd |
| wij | hebben overbrugd |
| jullie | hebben overbrugd |
| zij | hebben overbrugd |
Voltooid verleden tijd
| ik | had overbrugd |
| jij | had overbrugd |
| hij/zij/het | had overbrugd |
| wij | hadden overbrugd |
| jullie | hadden overbrugd |
| zij | hadden overbrugd |
Toekomende tijd
| ik | zal overbruggen |
| jij | zult overbruggen |
| hij/zij/het | zal overbruggen |
| wij | zullen overbruggen |
| jullie | zullen overbruggen |
| zij | zullen overbruggen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou overbruggen |
| jij | zou overbruggen |
| hij/zij/het | zou overbruggen |
| wij | zouden overbruggen |
| jullie | zouden overbruggen |
| zij | zouden overbruggen |
Oefen overbruggen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
overbruggen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is overbrug. In overbruggen staat g voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (overbrugde, overbrugden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (overbrugd).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij overbrugt, maar overbrug jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van overbruggen?
overbrugde (ik, jij, hij/zij/het) en overbrugden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van overbruggen?
overbrugd, met hebben: ik heb overbrugd.
Gebruik je overbruggen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb overbrugd, hij heeft overbrugd.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.