Niveau B1 · Regelmatig
Vervoeging van Pissen
pissen = to piss
- Hele werkwoord
- pissen
- Verleden tijd
- piste · pisten
- Voltooide tijd
- heeft gepist
Kort antwoord
Pissen is in het Engels to piss. Verleden tijd: piste (enkelvoud) en pisten (meervoud). Voltooid deelwoord: gepist, met hebben: ik heb gepist.
Oefen pissenTegenwoordige tijd
| ik | pis |
| jij | pist |
| hij/zij/het | pist |
| wij | pissen |
| jullie | pissen |
| zij | pissen |
Verleden tijd
| ik | piste |
| jij | piste |
| hij/zij/het | piste |
| wij | pisten |
| jullie | pisten |
| zij | pisten |
Voltooide tijd
| ik | heb gepist |
| jij | hebt gepist |
| hij/zij/het | heeft gepist |
| wij | hebben gepist |
| jullie | hebben gepist |
| zij | hebben gepist |
Voltooid verleden tijd
| ik | had gepist |
| jij | had gepist |
| hij/zij/het | had gepist |
| wij | hadden gepist |
| jullie | hadden gepist |
| zij | hadden gepist |
Toekomende tijd
| ik | zal pissen |
| jij | zult pissen |
| hij/zij/het | zal pissen |
| wij | zullen pissen |
| jullie | zullen pissen |
| zij | zullen pissen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou pissen |
| jij | zou pissen |
| hij/zij/het | zou pissen |
| wij | zouden pissen |
| jullie | zouden pissen |
| zij | zouden pissen |
Oefen pissen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
pissen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is pis. In pissen staat s voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (piste, pisten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gepist).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij pist, maar pis jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van pissen?
piste (ik, jij, hij/zij/het) en pisten (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van pissen?
gepist, met hebben: ik heb gepist.
Gebruik je pissen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb gepist, hij heeft gepist.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.