Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Prikkelen

prikkelen = to stimulate or irritate

Hele werkwoord
prikkelen
Verleden tijd
prikkelde · prikkelden
Voltooide tijd
heeft geprikkeld

Kort antwoord

Prikkelen is in het Engels to stimulate or irritate. Verleden tijd: prikkelde (enkelvoud) en prikkelden (meervoud). Voltooid deelwoord: geprikkeld, met hebben: ik heb geprikkeld.

Oefen prikkelen

Tegenwoordige tijd

ikprikkel
jijprikkelt
hij/zij/hetprikkelt
wijprikkelen
jullieprikkelen
zijprikkelen

Verleden tijd

ikprikkelde
jijprikkelde
hij/zij/hetprikkelde
wijprikkelden
jullieprikkelden
zijprikkelden

Voltooide tijd

ikheb geprikkeld
jijhebt geprikkeld
hij/zij/hetheeft geprikkeld
wijhebben geprikkeld
julliehebben geprikkeld
zijhebben geprikkeld

Voltooid verleden tijd

ikhad geprikkeld
jijhad geprikkeld
hij/zij/hethad geprikkeld
wijhadden geprikkeld
julliehadden geprikkeld
zijhadden geprikkeld

Toekomende tijd

ikzal prikkelen
jijzult prikkelen
hij/zij/hetzal prikkelen
wijzullen prikkelen
julliezullen prikkelen
zijzullen prikkelen

Voorwaardelijke wijs

ikzou prikkelen
jijzou prikkelen
hij/zij/hetzou prikkelen
wijzouden prikkelen
julliezouden prikkelen
zijzouden prikkelen

Oefen prikkelen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

prikkelen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Het felle licht mijn ogen elke ochtend.

  2. Verleden tijd

    De sterke geur onze neus de hele tijd.

  3. Voltooide tijd

    Die vraag mijn nieuwsgierigheid enorm .

  4. Bijzin

    Ik vind het fijn dat mijn werk mij altijd .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is prikkel. In prikkelen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (prikkelde, prikkelden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (geprikkeld).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij prikkelt, maar prikkel jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van prikkelen?

prikkelde (ik, jij, hij/zij/het) en prikkelden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van prikkelen?

geprikkeld, met hebben: ik heb geprikkeld.

Gebruik je prikkelen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb geprikkeld, hij heeft geprikkeld.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.