Niveau B2 · Regelmatig
Vervoeging van Prikkelen
prikkelen = to stimulate or irritate
- Hele werkwoord
- prikkelen
- Verleden tijd
- prikkelde · prikkelden
- Voltooide tijd
- heeft geprikkeld
Kort antwoord
Prikkelen is in het Engels to stimulate or irritate. Verleden tijd: prikkelde (enkelvoud) en prikkelden (meervoud). Voltooid deelwoord: geprikkeld, met hebben: ik heb geprikkeld.
Oefen prikkelenTegenwoordige tijd
| ik | prikkel |
| jij | prikkelt |
| hij/zij/het | prikkelt |
| wij | prikkelen |
| jullie | prikkelen |
| zij | prikkelen |
Verleden tijd
| ik | prikkelde |
| jij | prikkelde |
| hij/zij/het | prikkelde |
| wij | prikkelden |
| jullie | prikkelden |
| zij | prikkelden |
Voltooide tijd
| ik | heb geprikkeld |
| jij | hebt geprikkeld |
| hij/zij/het | heeft geprikkeld |
| wij | hebben geprikkeld |
| jullie | hebben geprikkeld |
| zij | hebben geprikkeld |
Voltooid verleden tijd
| ik | had geprikkeld |
| jij | had geprikkeld |
| hij/zij/het | had geprikkeld |
| wij | hadden geprikkeld |
| jullie | hadden geprikkeld |
| zij | hadden geprikkeld |
Toekomende tijd
| ik | zal prikkelen |
| jij | zult prikkelen |
| hij/zij/het | zal prikkelen |
| wij | zullen prikkelen |
| jullie | zullen prikkelen |
| zij | zullen prikkelen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou prikkelen |
| jij | zou prikkelen |
| hij/zij/het | zou prikkelen |
| wij | zouden prikkelen |
| jullie | zouden prikkelen |
| zij | zouden prikkelen |
Oefen prikkelen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
prikkelen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is prikkel. In prikkelen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (prikkelde, prikkelden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (geprikkeld).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij prikkelt, maar prikkel jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van prikkelen?
prikkelde (ik, jij, hij/zij/het) en prikkelden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van prikkelen?
geprikkeld, met hebben: ik heb geprikkeld.
Gebruik je prikkelen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb geprikkeld, hij heeft geprikkeld.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.