Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Rammelen

rammelen = to rattle

Hele werkwoord
rammelen
Verleden tijd
rammelde · rammelden
Voltooide tijd
heeft gerammeld

Kort antwoord

Rammelen is in het Engels to rattle. Verleden tijd: rammelde (enkelvoud) en rammelden (meervoud). Voltooid deelwoord: gerammeld, met hebben: ik heb gerammeld.

Oefen rammelen

Tegenwoordige tijd

ikrammel
jijrammelt
hij/zij/hetrammelt
wijrammelen
jullierammelen
zijrammelen

Verleden tijd

ikrammelde
jijrammelde
hij/zij/hetrammelde
wijrammelden
jullierammelden
zijrammelden

Voltooide tijd

ikheb gerammeld
jijhebt gerammeld
hij/zij/hetheeft gerammeld
wijhebben gerammeld
julliehebben gerammeld
zijhebben gerammeld

Voltooid verleden tijd

ikhad gerammeld
jijhad gerammeld
hij/zij/hethad gerammeld
wijhadden gerammeld
julliehadden gerammeld
zijhadden gerammeld

Toekomende tijd

ikzal rammelen
jijzult rammelen
hij/zij/hetzal rammelen
wijzullen rammelen
julliezullen rammelen
zijzullen rammelen

Voorwaardelijke wijs

ikzou rammelen
jijzou rammelen
hij/zij/hetzou rammelen
wijzouden rammelen
julliezouden rammelen
zijzouden rammelen

Oefen rammelen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

rammelen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De ramen als het hard waait.

  2. Verleden tijd

    De oude fiets de hele weg naar school.

  3. Voltooide tijd

    De vrachtwagen de hele nacht voor ons huis .

  4. Bijzin

    Ik kan niet slapen omdat er iets in de kast .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is rammel. In rammelen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (rammelde, rammelden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gerammeld).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij rammelt, maar rammel jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van rammelen?

rammelde (ik, jij, hij/zij/het) en rammelden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van rammelen?

gerammeld, met hebben: ik heb gerammeld.

Gebruik je rammelen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gerammeld, hij heeft gerammeld.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.