Niveau B1 · Regelmatig
Vervoeging van Rammelen
rammelen = to rattle
- Hele werkwoord
- rammelen
- Verleden tijd
- rammelde · rammelden
- Voltooide tijd
- heeft gerammeld
Kort antwoord
Rammelen is in het Engels to rattle. Verleden tijd: rammelde (enkelvoud) en rammelden (meervoud). Voltooid deelwoord: gerammeld, met hebben: ik heb gerammeld.
Oefen rammelenTegenwoordige tijd
| ik | rammel |
| jij | rammelt |
| hij/zij/het | rammelt |
| wij | rammelen |
| jullie | rammelen |
| zij | rammelen |
Verleden tijd
| ik | rammelde |
| jij | rammelde |
| hij/zij/het | rammelde |
| wij | rammelden |
| jullie | rammelden |
| zij | rammelden |
Voltooide tijd
| ik | heb gerammeld |
| jij | hebt gerammeld |
| hij/zij/het | heeft gerammeld |
| wij | hebben gerammeld |
| jullie | hebben gerammeld |
| zij | hebben gerammeld |
Voltooid verleden tijd
| ik | had gerammeld |
| jij | had gerammeld |
| hij/zij/het | had gerammeld |
| wij | hadden gerammeld |
| jullie | hadden gerammeld |
| zij | hadden gerammeld |
Toekomende tijd
| ik | zal rammelen |
| jij | zult rammelen |
| hij/zij/het | zal rammelen |
| wij | zullen rammelen |
| jullie | zullen rammelen |
| zij | zullen rammelen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou rammelen |
| jij | zou rammelen |
| hij/zij/het | zou rammelen |
| wij | zouden rammelen |
| jullie | zouden rammelen |
| zij | zouden rammelen |
Oefen rammelen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
rammelen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is rammel. In rammelen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (rammelde, rammelden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gerammeld).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij rammelt, maar rammel jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van rammelen?
rammelde (ik, jij, hij/zij/het) en rammelden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van rammelen?
gerammeld, met hebben: ik heb gerammeld.
Gebruik je rammelen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb gerammeld, hij heeft gerammeld.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.