Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Razen

razen = to rage or race

Hele werkwoord
razen
Verleden tijd
raasde · raasden
Voltooide tijd
heeft / is geraasd

Kort antwoord

Razen is in het Engels to rage or race. Verleden tijd: raasde (enkelvoud) en raasden (meervoud). Voltooid deelwoord: geraasd, met hebben / zijn: ik heb / ben geraasd.

Oefen razen

Tegenwoordige tijd

ikraas
jijraast
hij/zij/hetraast
wijrazen
jullierazen
zijrazen

Verleden tijd

ikraasde
jijraasde
hij/zij/hetraasde
wijraasden
jullieraasden
zijraasden

Voltooide tijd

ikheb / ben geraasd
jijhebt / bent geraasd
hij/zij/hetheeft / is geraasd
wijhebben / zijn geraasd
julliehebben / zijn geraasd
zijhebben / zijn geraasd

Voltooid verleden tijd

ikhad / was geraasd
jijhad / was geraasd
hij/zij/hethad / was geraasd
wijhadden / waren geraasd
julliehadden / waren geraasd
zijhadden / waren geraasd

Toekomende tijd

ikzal razen
jijzult razen
hij/zij/hetzal razen
wijzullen razen
julliezullen razen
zijzullen razen

Voorwaardelijke wijs

ikzou razen
jijzou razen
hij/zij/hetzou razen
wijzouden razen
julliezouden razen
zijzouden razen

Oefen razen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

razen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De storm vandaag over het hele land.

  2. Verleden tijd

    Gisteravond de wind urenlang om ons huis.

  3. Voltooide tijd

    De ambulance met sirenes door de straat .

  4. Bijzin

    Ik kon niet slapen omdat de storm buiten .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is raas. In razen staat z voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (raasde, raasden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (geraasd).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij raast, maar raas jij?
  • Hebben of zijn: hebben voor de activiteit zelf, zijn als je zegt waarheen of wat er veranderde. De storm heeft de hele nacht geraasd. De motor is door de straat geraasd.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van razen?

raasde (ik, jij, hij/zij/het) en raasden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van razen?

geraasd, met hebben of zijn, afhankelijk van de betekenis: De storm heeft de hele nacht geraasd. De motor is door de straat geraasd.

Gebruik je razen met hebben of zijn?

Allebei, afhankelijk van de betekenis: De storm heeft de hele nacht geraasd. De motor is door de straat geraasd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.