Level B2 · Regular
Razen conjugation
razen = to rage or race
- Infinitive
- razen
- Past
- raasde · raasden
- Perfect
- heeft / is geraasd
Quick answer
Razen means to rage or race. Past tense: raasde (singular) and raasden (plural). Past participle: geraasd, with hebben / zijn: ik heb / ben geraasd.
Practise razenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | raas |
| jij | raast |
| hij/zij/het | raast |
| wij | razen |
| jullie | razen |
| zij | razen |
Past (verleden tijd)
| ik | raasde |
| jij | raasde |
| hij/zij/het | raasde |
| wij | raasden |
| jullie | raasden |
| zij | raasden |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | heb / ben geraasd |
| jij | hebt / bent geraasd |
| hij/zij/het | heeft / is geraasd |
| wij | hebben / zijn geraasd |
| jullie | hebben / zijn geraasd |
| zij | hebben / zijn geraasd |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | had / was geraasd |
| jij | had / was geraasd |
| hij/zij/het | had / was geraasd |
| wij | hadden / waren geraasd |
| jullie | hadden / waren geraasd |
| zij | hadden / waren geraasd |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal razen |
| jij | zult razen |
| hij/zij/het | zal razen |
| wij | zullen razen |
| jullie | zullen razen |
| zij | zullen razen |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou razen |
| jij | zou razen |
| hij/zij/het | zou razen |
| wij | zouden razen |
| jullie | zouden razen |
| zij | zouden razen |
Practise razen
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
Present
How this verb works
- Regular verb. The stem is raas. The infinitive razen has z before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (raasde, raasden) and the participle ends in -d (geraasd).
- When jij comes after the verb, the -t drops: jij raast, but raas jij?
- Hebben or zijn: hebben for the activity itself, zijn when you say where to or what changed. De storm heeft de hele nacht geraasd. De motor is door de straat geraasd.
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of razen?
raasde (ik, jij, hij/zij/het) and raasden (wij, jullie, zij).
What is the past participle of razen?
geraasd, with hebben or zijn depending on the meaning: De storm heeft de hele nacht geraasd. De motor is door de straat geraasd.
Is razen used with hebben or zijn?
Both, depending on the meaning: De storm heeft de hele nacht geraasd. De motor is door de straat geraasd.
More verbs
All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.