Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Rillen

rillen = to shiver

Hele werkwoord
rillen
Verleden tijd
rilde · rilden
Voltooide tijd
heeft gerild

Kort antwoord

Rillen is in het Engels to shiver. Verleden tijd: rilde (enkelvoud) en rilden (meervoud). Voltooid deelwoord: gerild, met hebben: ik heb gerild.

Oefen rillen

Tegenwoordige tijd

ikril
jijrilt
hij/zij/hetrilt
wijrillen
jullierillen
zijrillen

Verleden tijd

ikrilde
jijrilde
hij/zij/hetrilde
wijrilden
jullierilden
zijrilden

Voltooide tijd

ikheb gerild
jijhebt gerild
hij/zij/hetheeft gerild
wijhebben gerild
julliehebben gerild
zijhebben gerild

Voltooid verleden tijd

ikhad gerild
jijhad gerild
hij/zij/hethad gerild
wijhadden gerild
julliehadden gerild
zijhadden gerild

Toekomende tijd

ikzal rillen
jijzult rillen
hij/zij/hetzal rillen
wijzullen rillen
julliezullen rillen
zijzullen rillen

Voorwaardelijke wijs

ikzou rillen
jijzou rillen
hij/zij/hetzou rillen
wijzouden rillen
julliezouden rillen
zijzouden rillen

Oefen rillen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

rillen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Ik van de kou, want mijn jas is dun.

  2. Verleden tijd

    Het kind toen het uit het zwembad kwam.

  3. Voltooide tijd

    Wij de hele nacht in de tent.

  4. Bijzin

    Hij pakt een deken, omdat hij .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is ril. In rillen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (rilde, rilden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gerild).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij rilt, maar ril jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van rillen?

rilde (ik, jij, hij/zij/het) en rilden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van rillen?

gerild, met hebben: ik heb gerild.

Gebruik je rillen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gerild, hij heeft gerild.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.