Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Schakelen

schakelen = to switch, change gears

Hele werkwoord
schakelen
Verleden tijd
schakelde · schakelden
Voltooide tijd
heeft geschakeld

Kort antwoord

Schakelen is in het Engels to switch, change gears. Verleden tijd: schakelde (enkelvoud) en schakelden (meervoud). Voltooid deelwoord: geschakeld, met hebben: ik heb geschakeld.

Oefen schakelen

Tegenwoordige tijd

ikschakel
jijschakelt
hij/zij/hetschakelt
wijschakelen
jullieschakelen
zijschakelen

Verleden tijd

ikschakelde
jijschakelde
hij/zij/hetschakelde
wijschakelden
jullieschakelden
zijschakelden

Voltooide tijd

ikheb geschakeld
jijhebt geschakeld
hij/zij/hetheeft geschakeld
wijhebben geschakeld
julliehebben geschakeld
zijhebben geschakeld

Voltooid verleden tijd

ikhad geschakeld
jijhad geschakeld
hij/zij/hethad geschakeld
wijhadden geschakeld
julliehadden geschakeld
zijhadden geschakeld

Toekomende tijd

ikzal schakelen
jijzult schakelen
hij/zij/hetzal schakelen
wijzullen schakelen
julliezullen schakelen
zijzullen schakelen

Voorwaardelijke wijs

ikzou schakelen
jijzou schakelen
hij/zij/hetzou schakelen
wijzouden schakelen
julliezouden schakelen
zijzouden schakelen

Oefen schakelen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

schakelen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Mijn vader in de bocht naar de tweede versnelling.

  2. Verleden tijd

    Na de vergadering zij snel naar een ander onderwerp.

  3. Voltooide tijd

    Ik vandaag drie keer van baan naar mijn privéleven .

  4. Bijzin

    Het is lastig als je zo vaak tussen talen .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is schakel. In schakelen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (schakelde, schakelden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (geschakeld).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij schakelt, maar schakel jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van schakelen?

schakelde (ik, jij, hij/zij/het) en schakelden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van schakelen?

geschakeld, met hebben: ik heb geschakeld.

Gebruik je schakelen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb geschakeld, hij heeft geschakeld.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.