Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Onregelmatig

Vervoeging van Scheiden

scheiden = to separate, divorce

Hele werkwoord
scheiden
Verleden tijd
scheidde · scheidden
Voltooide tijd
heeft / is gescheiden

Kort antwoord

Scheiden is in het Engels to separate, divorce. Verleden tijd: scheidde (enkelvoud) en scheidden (meervoud). Voltooid deelwoord: gescheiden, met hebben / zijn: ik heb / ben gescheiden.

Oefen scheiden

Tegenwoordige tijd

ikscheid
jijscheidt
hij/zij/hetscheidt
wijscheiden
julliescheiden
zijscheiden

Verleden tijd

ikscheidde
jijscheidde
hij/zij/hetscheidde
wijscheidden
julliescheidden
zijscheidden

Voltooide tijd

ikheb / ben gescheiden
jijhebt / bent gescheiden
hij/zij/hetheeft / is gescheiden
wijhebben / zijn gescheiden
julliehebben / zijn gescheiden
zijhebben / zijn gescheiden

Voltooid verleden tijd

ikhad / was gescheiden
jijhad / was gescheiden
hij/zij/hethad / was gescheiden
wijhadden / waren gescheiden
julliehadden / waren gescheiden
zijhadden / waren gescheiden

Toekomende tijd

ikzal scheiden
jijzult scheiden
hij/zij/hetzal scheiden
wijzullen scheiden
julliezullen scheiden
zijzullen scheiden

Voorwaardelijke wijs

ikzou scheiden
jijzou scheiden
hij/zij/hetzou scheiden
wijzouden scheiden
julliezouden scheiden
zijzouden scheiden

Oefen scheiden

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

scheiden in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Wij het plastic altijd van het papier.

  2. Verleden tijd

    De rivier het dorp van het bos.

  3. Voltooide tijd

    Mijn ouders vorig jaar .

  4. Bijzin

    Ik ben verdrietig, omdat mijn buren gaan .

Zo werkt dit werkwoord

  • Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: scheiden, scheidde, gescheiden.
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij scheidt, maar scheid jij?
  • Hebben of zijn: hebben voor de activiteit zelf, zijn als je zegt waarheen of wat er veranderde. Ik heb het afval gescheiden. Ze zijn vorig jaar gescheiden.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van scheiden?

scheidde (ik, jij, hij/zij/het) en scheidden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van scheiden?

gescheiden, met hebben of zijn, afhankelijk van de betekenis: Ik heb het afval gescheiden. Ze zijn vorig jaar gescheiden.

Gebruik je scheiden met hebben of zijn?

Allebei, afhankelijk van de betekenis: Ik heb het afval gescheiden. Ze zijn vorig jaar gescheiden.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.