Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Onregelmatig

Vervoeging van Scheppen

scheppen = to create

Hele werkwoord
scheppen
Verleden tijd
schiep · schiepen
Voltooide tijd
heeft geschapen

Kort antwoord

Scheppen is in het Engels to create. Verleden tijd: schiep (enkelvoud) en schiepen (meervoud). Voltooid deelwoord: geschapen, met hebben: ik heb geschapen.

Oefen scheppen

Tegenwoordige tijd

ikschep
jijschept
hij/zij/hetschept
wijscheppen
julliescheppen
zijscheppen

Verleden tijd

ikschiep
jijschiep
hij/zij/hetschiep
wijschiepen
jullieschiepen
zijschiepen

Voltooide tijd

ikheb geschapen
jijhebt geschapen
hij/zij/hetheeft geschapen
wijhebben geschapen
julliehebben geschapen
zijhebben geschapen

Voltooid verleden tijd

ikhad geschapen
jijhad geschapen
hij/zij/hethad geschapen
wijhadden geschapen
julliehadden geschapen
zijhadden geschapen

Toekomende tijd

ikzal scheppen
jijzult scheppen
hij/zij/hetzal scheppen
wijzullen scheppen
julliezullen scheppen
zijzullen scheppen

Voorwaardelijke wijs

ikzou scheppen
jijzou scheppen
hij/zij/hetzou scheppen
wijzouden scheppen
julliezouden scheppen
zijzouden scheppen

Scheppen heeft een tweede betekenis

Scheppen kan ook to scoop up betekenen, met andere vormen: schept, schepte, geschept.

Tegenwoordige tijdik schep · hij schept
Verleden tijdik schepte · hij schepte
Voltooide tijdik heb geschept · hij heeft geschept

Oefen scheppen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

scheppen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De kunstenaar elke dag nieuwe werken.

  2. Verleden tijd

    Vroeger hij prachtige beelden van klei.

  3. Voltooide tijd

    Zij met dit boek een compleet nieuwe wereld .

  4. Bijzin

    Ik vind het mooi dat jullie samen zoveel moois .

Zo werkt dit werkwoord

  • Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: scheppen, schiep, geschapen.
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij schept, maar schep jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van scheppen?

schiep (ik, jij, hij/zij/het) en schiepen (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van scheppen?

geschapen, met hebben: ik heb geschapen.

Gebruik je scheppen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb geschapen, hij heeft geschapen.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.