Niveau B1 · Onregelmatig
Vervoeging van Scheppen
scheppen = to create
- Hele werkwoord
- scheppen
- Verleden tijd
- schiep · schiepen
- Voltooide tijd
- heeft geschapen
Kort antwoord
Scheppen is in het Engels to create. Verleden tijd: schiep (enkelvoud) en schiepen (meervoud). Voltooid deelwoord: geschapen, met hebben: ik heb geschapen.
Oefen scheppenTegenwoordige tijd
| ik | schep |
| jij | schept |
| hij/zij/het | schept |
| wij | scheppen |
| jullie | scheppen |
| zij | scheppen |
Verleden tijd
| ik | schiep |
| jij | schiep |
| hij/zij/het | schiep |
| wij | schiepen |
| jullie | schiepen |
| zij | schiepen |
Voltooide tijd
| ik | heb geschapen |
| jij | hebt geschapen |
| hij/zij/het | heeft geschapen |
| wij | hebben geschapen |
| jullie | hebben geschapen |
| zij | hebben geschapen |
Voltooid verleden tijd
| ik | had geschapen |
| jij | had geschapen |
| hij/zij/het | had geschapen |
| wij | hadden geschapen |
| jullie | hadden geschapen |
| zij | hadden geschapen |
Toekomende tijd
| ik | zal scheppen |
| jij | zult scheppen |
| hij/zij/het | zal scheppen |
| wij | zullen scheppen |
| jullie | zullen scheppen |
| zij | zullen scheppen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou scheppen |
| jij | zou scheppen |
| hij/zij/het | zou scheppen |
| wij | zouden scheppen |
| jullie | zouden scheppen |
| zij | zouden scheppen |
Scheppen heeft een tweede betekenis
Scheppen kan ook to scoop up betekenen, met andere vormen: schept, schepte, geschept.
| Tegenwoordige tijd | ik schep · hij schept |
| Verleden tijd | ik schepte · hij schepte |
| Voltooide tijd | ik heb geschept · hij heeft geschept |
Oefen scheppen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
scheppen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: scheppen, schiep, geschapen.
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij schept, maar schep jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van scheppen?
schiep (ik, jij, hij/zij/het) en schiepen (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van scheppen?
geschapen, met hebben: ik heb geschapen.
Gebruik je scheppen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb geschapen, hij heeft geschapen.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.