Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Onregelmatig

Vervoeging van Schieten

schieten = to shoot, fire

Hele werkwoord
schieten
Verleden tijd
schoot · schoten
Voltooide tijd
heeft / is geschoten

Kort antwoord

Schieten is in het Engels to shoot, fire. Verleden tijd: schoot (enkelvoud) en schoten (meervoud). Voltooid deelwoord: geschoten, met hebben / zijn: ik heb / ben geschoten.

Oefen schieten

Tegenwoordige tijd

ikschiet
jijschiet
hij/zij/hetschiet
wijschieten
jullieschieten
zijschieten

Verleden tijd

ikschoot
jijschoot
hij/zij/hetschoot
wijschoten
jullieschoten
zijschoten

Voltooide tijd

ikheb / ben geschoten
jijhebt / bent geschoten
hij/zij/hetheeft / is geschoten
wijhebben / zijn geschoten
julliehebben / zijn geschoten
zijhebben / zijn geschoten

Voltooid verleden tijd

ikhad / was geschoten
jijhad / was geschoten
hij/zij/hethad / was geschoten
wijhadden / waren geschoten
julliehadden / waren geschoten
zijhadden / waren geschoten

Toekomende tijd

ikzal schieten
jijzult schieten
hij/zij/hetzal schieten
wijzullen schieten
julliezullen schieten
zijzullen schieten

Voorwaardelijke wijs

ikzou schieten
jijzou schieten
hij/zij/hetzou schieten
wijzouden schieten
julliezouden schieten
zijzouden schieten

Oefen schieten

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

schieten in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De jager een haas in het bos.

  2. Verleden tijd

    De voetballer de bal in het doel.

  3. Voltooide tijd

    De jager gisteren een haas .

  4. Bijzin

    Ik zag dat de bal langs het doel .

Zo werkt dit werkwoord

  • Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: schieten, schoot, geschoten.
  • Hebben of zijn: hebben voor de activiteit zelf, zijn als je zegt waarheen of wat er veranderde. De jager heeft een haas geschoten. De bal is langs het doel geschoten.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van schieten?

schoot (ik, jij, hij/zij/het) en schoten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van schieten?

geschoten, met hebben of zijn, afhankelijk van de betekenis: De jager heeft een haas geschoten. De bal is langs het doel geschoten.

Gebruik je schieten met hebben of zijn?

Allebei, afhankelijk van de betekenis: De jager heeft een haas geschoten. De bal is langs het doel geschoten.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.