Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Schokken

schokken = to shock

Hele werkwoord
schokken
Verleden tijd
schokte · schokten
Voltooide tijd
heeft geschokt

Kort antwoord

Schokken is in het Engels to shock. Verleden tijd: schokte (enkelvoud) en schokten (meervoud). Voltooid deelwoord: geschokt, met hebben: ik heb geschokt.

Oefen schokken

Tegenwoordige tijd

ikschok
jijschokt
hij/zij/hetschokt
wijschokken
jullieschokken
zijschokken

Verleden tijd

ikschokte
jijschokte
hij/zij/hetschokte
wijschokten
jullieschokten
zijschokten

Voltooide tijd

ikheb geschokt
jijhebt geschokt
hij/zij/hetheeft geschokt
wijhebben geschokt
julliehebben geschokt
zijhebben geschokt

Voltooid verleden tijd

ikhad geschokt
jijhad geschokt
hij/zij/hethad geschokt
wijhadden geschokt
julliehadden geschokt
zijhadden geschokt

Toekomende tijd

ikzal schokken
jijzult schokken
hij/zij/hetzal schokken
wijzullen schokken
julliezullen schokken
zijzullen schokken

Voorwaardelijke wijs

ikzou schokken
jijzou schokken
hij/zij/hetzou schokken
wijzouden schokken
julliezouden schokken
zijzouden schokken

Oefen schokken

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

schokken in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Het nieuws veel mensen in het land.

  2. Verleden tijd

    Het ongeluk de hele buurt enorm.

  3. Voltooide tijd

    Die slechte uitslag me echt .

  4. Bijzin

    Het is erg dat de beelden de kijkers .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is schok. In schokken staat k voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (schokte, schokten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (geschokt).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij schokt, maar schok jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van schokken?

schokte (ik, jij, hij/zij/het) en schokten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van schokken?

geschokt, met hebben: ik heb geschokt.

Gebruik je schokken met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb geschokt, hij heeft geschokt.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.