Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B1 · Irregular

Vergelijken conjugation

vergelijken = to compare

Infinitive
vergelijken
Past
vergeleek · vergeleken
Perfect
heeft vergeleken

Quick answer

Vergelijken means to compare. Past tense: vergeleek (singular) and vergeleken (plural). Past participle: vergeleken, with hebben: ik heb vergeleken.

Practise vergelijken

Present (tegenwoordige tijd)

ikvergelijk
jijvergelijkt
hij/zij/hetvergelijkt
wijvergelijken
jullievergelijken
zijvergelijken

Past (verleden tijd)

ikvergeleek
jijvergeleek
hij/zij/hetvergeleek
wijvergeleken
jullievergeleken
zijvergeleken

Perfect (voltooide tijd)

ikheb vergeleken
jijhebt vergeleken
hij/zij/hetheeft vergeleken
wijhebben vergeleken
julliehebben vergeleken
zijhebben vergeleken

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad vergeleken
jijhad vergeleken
hij/zij/hethad vergeleken
wijhadden vergeleken
julliehadden vergeleken
zijhadden vergeleken

Future (toekomende tijd)

ikzal vergelijken
jijzult vergelijken
hij/zij/hetzal vergelijken
wijzullen vergelijken
julliezullen vergelijken
zijzullen vergelijken

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou vergelijken
jijzou vergelijken
hij/zij/hetzou vergelijken
wijzouden vergelijken
julliezouden vergelijken
zijzouden vergelijken

Practise vergelijken

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: vergelijken, vergeleek, vergeleken.
  • Verbs that start with be-, ge-, her-, ont-, ver- or er- get no extra ge- in the participle: vergeleken.
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij vergelijkt, but vergelijk jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of vergelijken?

vergeleek (ik, jij, hij/zij/het) and vergeleken (wij, jullie, zij).

What is the past participle of vergelijken?

vergeleken, with hebben: ik heb vergeleken.

Is vergelijken used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb vergeleken, hij heeft vergeleken.

More verbs

All verbsDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.