Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Schuren

schuren = to rub, to sand

Hele werkwoord
schuren
Verleden tijd
schuurde · schuurden
Voltooide tijd
heeft geschuurd

Kort antwoord

Schuren is in het Engels to rub, to sand. Verleden tijd: schuurde (enkelvoud) en schuurden (meervoud). Voltooid deelwoord: geschuurd, met hebben: ik heb geschuurd.

Oefen schuren

Tegenwoordige tijd

ikschuur
jijschuurt
hij/zij/hetschuurt
wijschuren
jullieschuren
zijschuren

Verleden tijd

ikschuurde
jijschuurde
hij/zij/hetschuurde
wijschuurden
jullieschuurden
zijschuurden

Voltooide tijd

ikheb geschuurd
jijhebt geschuurd
hij/zij/hetheeft geschuurd
wijhebben geschuurd
julliehebben geschuurd
zijhebben geschuurd

Voltooid verleden tijd

ikhad geschuurd
jijhad geschuurd
hij/zij/hethad geschuurd
wijhadden geschuurd
julliehadden geschuurd
zijhadden geschuurd

Toekomende tijd

ikzal schuren
jijzult schuren
hij/zij/hetzal schuren
wijzullen schuren
julliezullen schuren
zijzullen schuren

Voorwaardelijke wijs

ikzou schuren
jijzou schuren
hij/zij/hetzou schuren
wijzouden schuren
julliezouden schuren
zijzouden schuren

Oefen schuren

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

schuren in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Ik de oude tafel met schuurpapier.

  2. Voltooide tijd

    Wij de houten vloer vorige week .

  3. Tegenwoordige tijd

    Jullie de kast eerst, en daarna verven jullie hem.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is schuur. In schuren staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (schuurde, schuurden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (geschuurd).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij schuurt, maar schuur jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van schuren?

schuurde (ik, jij, hij/zij/het) en schuurden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van schuren?

geschuurd, met hebben: ik heb geschuurd.

Gebruik je schuren met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb geschuurd, hij heeft geschuurd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.