Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Onregelmatig

Vervoeging van Smelten

smelten = to melt

Hele werkwoord
smelten
Verleden tijd
smolt · smolten
Voltooide tijd
heeft / is gesmolten

Kort antwoord

Smelten is in het Engels to melt. Verleden tijd: smolt (enkelvoud) en smolten (meervoud). Voltooid deelwoord: gesmolten, met hebben / zijn: ik heb / ben gesmolten.

Oefen smelten

Tegenwoordige tijd

iksmelt
jijsmelt
hij/zij/hetsmelt
wijsmelten
julliesmelten
zijsmelten

Verleden tijd

iksmolt
jijsmolt
hij/zij/hetsmolt
wijsmolten
julliesmolten
zijsmolten

Voltooide tijd

ikheb / ben gesmolten
jijhebt / bent gesmolten
hij/zij/hetheeft / is gesmolten
wijhebben / zijn gesmolten
julliehebben / zijn gesmolten
zijhebben / zijn gesmolten

Voltooid verleden tijd

ikhad / was gesmolten
jijhad / was gesmolten
hij/zij/hethad / was gesmolten
wijhadden / waren gesmolten
julliehadden / waren gesmolten
zijhadden / waren gesmolten

Toekomende tijd

ikzal smelten
jijzult smelten
hij/zij/hetzal smelten
wijzullen smelten
julliezullen smelten
zijzullen smelten

Voorwaardelijke wijs

ikzou smelten
jijzou smelten
hij/zij/hetzou smelten
wijzouden smelten
julliezouden smelten
zijzouden smelten

Oefen smelten

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

smelten in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De ijsjes snel in de hete zon.

  2. Verleden tijd

    De sneeuw in maart helemaal.

  3. Voltooide tijd

    Het ijs in mijn glas al helemaal .

  4. Voltooide tijd

    De zon de sneeuw op ons dak snel .

Zo werkt dit werkwoord

  • Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: smelten, smolt, gesmolten.
  • Hebben of zijn: hebben voor de activiteit zelf, zijn als je zegt waarheen of wat er veranderde. De zon heeft de sneeuw snel gesmolten. De sneeuw is in de zon gesmolten.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van smelten?

smolt (ik, jij, hij/zij/het) en smolten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van smelten?

gesmolten, met hebben of zijn, afhankelijk van de betekenis: De zon heeft de sneeuw snel gesmolten. De sneeuw is in de zon gesmolten.

Gebruik je smelten met hebben of zijn?

Allebei, afhankelijk van de betekenis: De zon heeft de sneeuw snel gesmolten. De sneeuw is in de zon gesmolten.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.