Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Splitsen

splitsen = to split, divide

Hele werkwoord
splitsen
Verleden tijd
splitste · splitsten
Voltooide tijd
heeft gesplitst

Kort antwoord

Splitsen is in het Engels to split, divide. Verleden tijd: splitste (enkelvoud) en splitsten (meervoud). Voltooid deelwoord: gesplitst, met hebben: ik heb gesplitst.

Oefen splitsen

Tegenwoordige tijd

iksplits
jijsplitst
hij/zij/hetsplitst
wijsplitsen
julliesplitsen
zijsplitsen

Verleden tijd

iksplitste
jijsplitste
hij/zij/hetsplitste
wijsplitsten
julliesplitsten
zijsplitsten

Voltooide tijd

ikheb gesplitst
jijhebt gesplitst
hij/zij/hetheeft gesplitst
wijhebben gesplitst
julliehebben gesplitst
zijhebben gesplitst

Voltooid verleden tijd

ikhad gesplitst
jijhad gesplitst
hij/zij/hethad gesplitst
wijhadden gesplitst
julliehadden gesplitst
zijhadden gesplitst

Toekomende tijd

ikzal splitsen
jijzult splitsen
hij/zij/hetzal splitsen
wijzullen splitsen
julliezullen splitsen
zijzullen splitsen

Voorwaardelijke wijs

ikzou splitsen
jijzou splitsen
hij/zij/hetzou splitsen
wijzouden splitsen
julliezouden splitsen
zijzouden splitsen

Oefen splitsen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

splitsen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Wij de rekening altijd in twee gelijke delen.

  2. Verleden tijd

    De docent de klas gisteren in drie groepen.

  3. Bijzin

    Ik wacht op je, terwijl jij de taart in acht stukken .

  4. Verleden tijd

    Toen de weg ophield, de rivier zich in twee armen.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is splits. In splitsen staat s voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (splitste, splitsten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gesplitst).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij splitst, maar splits jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van splitsen?

splitste (ik, jij, hij/zij/het) en splitsten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van splitsen?

gesplitst, met hebben: ik heb gesplitst.

Gebruik je splitsen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gesplitst, hij heeft gesplitst.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.