Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B1 · Irregular, separable

Doortrekken conjugation

doortrekken = to flush, extend

Infinitive
doortrekken
Past
trok door · trokken door
Perfect
heeft doorgetrokken

Quick answer

Doortrekken means to flush, extend. Past tense: trok door (singular) and trokken door (plural). Past participle: doorgetrokken, with hebben: ik heb doorgetrokken.

Practise doortrekken

Present (tegenwoordige tijd)

iktrek door
jijtrekt door
hij/zij/hettrekt door
wijtrekken door
jullietrekken door
zijtrekken door

Past (verleden tijd)

iktrok door
jijtrok door
hij/zij/hettrok door
wijtrokken door
jullietrokken door
zijtrokken door

Perfect (voltooide tijd)

ikheb doorgetrokken
jijhebt doorgetrokken
hij/zij/hetheeft doorgetrokken
wijhebben doorgetrokken
julliehebben doorgetrokken
zijhebben doorgetrokken

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad doorgetrokken
jijhad doorgetrokken
hij/zij/hethad doorgetrokken
wijhadden doorgetrokken
julliehadden doorgetrokken
zijhadden doorgetrokken

Future (toekomende tijd)

ikzal doortrekken
jijzult doortrekken
hij/zij/hetzal doortrekken
wijzullen doortrekken
julliezullen doortrekken
zijzullen doortrekken

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou doortrekken
jijzou doortrekken
hij/zij/hetzou doortrekken
wijzouden doortrekken
julliezouden doortrekken
zijzouden doortrekken

Doortrekken is a separable verb

In a main clause door goes to the end (ik trek door). In a subordinate clause the two parts stay together (dat ik doortrek). Participle: doorgetrokken.

Main clauseik trek door
Questiontrek jij door?
Subordinate clause… dat ik doortrek
With a modal verbik wil doortrekken
Perfect tenseik heb doorgetrokken
With om ... teom door te trekken
Imperativetrek door!

Separable verbs: rules and checker

Practise doortrekken

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: doortrekken, trok door, doorgetrokken.
  • Separable verb. In a main clause the prefix door goes to the end: ik trek door. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik doortrek, ... dat ik doortrok.
  • In the participle, ge goes between the two parts: doorgetrokken.

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of doortrekken?

trok door (ik, jij, hij/zij/het) and trokken door (wij, jullie, zij).

What is the past participle of doortrekken?

doorgetrokken, with hebben: ik heb doorgetrokken.

Is doortrekken used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb doorgetrokken, hij heeft doorgetrokken.

Is doortrekken a separable verb?

Yes. In a main clause door goes to the end (ik trek door), in a subordinate clause it stays attached (dat ik doortrek). Participle: doorgetrokken.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.