Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Spoelen

spoelen = to rinse, to flush

Hele werkwoord
spoelen
Verleden tijd
spoelde · spoelden
Voltooide tijd
heeft gespoeld

Kort antwoord

Spoelen is in het Engels to rinse, to flush. Verleden tijd: spoelde (enkelvoud) en spoelden (meervoud). Voltooid deelwoord: gespoeld, met hebben: ik heb gespoeld.

Oefen spoelen

Tegenwoordige tijd

ikspoel
jijspoelt
hij/zij/hetspoelt
wijspoelen
julliespoelen
zijspoelen

Verleden tijd

ikspoelde
jijspoelde
hij/zij/hetspoelde
wijspoelden
julliespoelden
zijspoelden

Voltooide tijd

ikheb gespoeld
jijhebt gespoeld
hij/zij/hetheeft gespoeld
wijhebben gespoeld
julliehebben gespoeld
zijhebben gespoeld

Voltooid verleden tijd

ikhad gespoeld
jijhad gespoeld
hij/zij/hethad gespoeld
wijhadden gespoeld
julliehadden gespoeld
zijhadden gespoeld

Toekomende tijd

ikzal spoelen
jijzult spoelen
hij/zij/hetzal spoelen
wijzullen spoelen
julliezullen spoelen
zijzullen spoelen

Voorwaardelijke wijs

ikzou spoelen
jijzou spoelen
hij/zij/hetzou spoelen
wijzouden spoelen
julliezouden spoelen
zijzouden spoelen

Oefen spoelen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

spoelen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Ik de borden af voordat ik ze in de afwasmachine zet.

  2. Verleden tijd

    Na het tandenpoetsen hij zijn mond met water.

  3. Voltooide tijd

    Jullie het toilet niet .

  4. Bijzin

    Mijn moeder zegt dat ik de groenten goed moet .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is spoel. In spoelen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (spoelde, spoelden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gespoeld).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij spoelt, maar spoel jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van spoelen?

spoelde (ik, jij, hij/zij/het) en spoelden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van spoelen?

gespoeld, met hebben: ik heb gespoeld.

Gebruik je spoelen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gespoeld, hij heeft gespoeld.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.