Niveau B1 · Regelmatig
Vervoeging van Stemmen
stemmen = to vote, to approve
- Hele werkwoord
- stemmen
- Verleden tijd
- stemde · stemden
- Voltooide tijd
- heeft gestemd
Kort antwoord
Stemmen is in het Engels to vote, to approve. Verleden tijd: stemde (enkelvoud) en stemden (meervoud). Voltooid deelwoord: gestemd, met hebben: ik heb gestemd.
Oefen stemmenTegenwoordige tijd
| ik | stem |
| jij | stemt |
| hij/zij/het | stemt |
| wij | stemmen |
| jullie | stemmen |
| zij | stemmen |
Verleden tijd
| ik | stemde |
| jij | stemde |
| hij/zij/het | stemde |
| wij | stemden |
| jullie | stemden |
| zij | stemden |
Voltooide tijd
| ik | heb gestemd |
| jij | hebt gestemd |
| hij/zij/het | heeft gestemd |
| wij | hebben gestemd |
| jullie | hebben gestemd |
| zij | hebben gestemd |
Voltooid verleden tijd
| ik | had gestemd |
| jij | had gestemd |
| hij/zij/het | had gestemd |
| wij | hadden gestemd |
| jullie | hadden gestemd |
| zij | hadden gestemd |
Toekomende tijd
| ik | zal stemmen |
| jij | zult stemmen |
| hij/zij/het | zal stemmen |
| wij | zullen stemmen |
| jullie | zullen stemmen |
| zij | zullen stemmen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou stemmen |
| jij | zou stemmen |
| hij/zij/het | zou stemmen |
| wij | zouden stemmen |
| jullie | zouden stemmen |
| zij | zouden stemmen |
Oefen stemmen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
stemmen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is stem. In stemmen staat m voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (stemde, stemden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gestemd).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij stemt, maar stem jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van stemmen?
stemde (ik, jij, hij/zij/het) en stemden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van stemmen?
gestemd, met hebben: ik heb gestemd.
Gebruik je stemmen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb gestemd, hij heeft gestemd.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.