Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Stoken

stoken = to stoke, light

Hele werkwoord
stoken
Verleden tijd
stookte · stookten
Voltooide tijd
heeft gestookt

Kort antwoord

Stoken is in het Engels to stoke, light. Verleden tijd: stookte (enkelvoud) en stookten (meervoud). Voltooid deelwoord: gestookt, met hebben: ik heb gestookt.

Oefen stoken

Tegenwoordige tijd

ikstook
jijstookt
hij/zij/hetstookt
wijstoken
julliestoken
zijstoken

Verleden tijd

ikstookte
jijstookte
hij/zij/hetstookte
wijstookten
julliestookten
zijstookten

Voltooide tijd

ikheb gestookt
jijhebt gestookt
hij/zij/hetheeft gestookt
wijhebben gestookt
julliehebben gestookt
zijhebben gestookt

Voltooid verleden tijd

ikhad gestookt
jijhad gestookt
hij/zij/hethad gestookt
wijhadden gestookt
julliehadden gestookt
zijhadden gestookt

Toekomende tijd

ikzal stoken
jijzult stoken
hij/zij/hetzal stoken
wijzullen stoken
julliezullen stoken
zijzullen stoken

Voorwaardelijke wijs

ikzou stoken
jijzou stoken
hij/zij/hetzou stoken
wijzouden stoken
julliezouden stoken
zijzouden stoken

Oefen stoken

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

stoken in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Mijn vader de kachel elke avond om zes uur.

  2. Voltooide tijd

    Ik vanochtend de kachel , want het was erg koud.

  3. Bijzin

    Jij moet de kachel aanzetten omdat jullie vandaag niet .

  4. Tegenwoordige tijd

    Als het vriest, jullie de hele dag de kachel.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is stook. In stoken staat k voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (stookte, stookten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gestookt).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij stookt, maar stook jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van stoken?

stookte (ik, jij, hij/zij/het) en stookten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van stoken?

gestookt, met hebben: ik heb gestookt.

Gebruik je stoken met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gestookt, hij heeft gestookt.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.