Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Storen

storen = to disturb

Hele werkwoord
storen
Verleden tijd
stoorde · stoorden
Voltooide tijd
heeft gestoord

Kort antwoord

Storen is in het Engels to disturb. Verleden tijd: stoorde (enkelvoud) en stoorden (meervoud). Voltooid deelwoord: gestoord, met hebben: ik heb gestoord.

Oefen storen

Tegenwoordige tijd

ikstoor
jijstoort
hij/zij/hetstoort
wijstoren
julliestoren
zijstoren

Verleden tijd

ikstoorde
jijstoorde
hij/zij/hetstoorde
wijstoorden
julliestoorden
zijstoorden

Voltooide tijd

ikheb gestoord
jijhebt gestoord
hij/zij/hetheeft gestoord
wijhebben gestoord
julliehebben gestoord
zijhebben gestoord

Voltooid verleden tijd

ikhad gestoord
jijhad gestoord
hij/zij/hethad gestoord
wijhadden gestoord
julliehadden gestoord
zijhadden gestoord

Toekomende tijd

ikzal storen
jijzult storen
hij/zij/hetzal storen
wijzullen storen
julliezullen storen
zijzullen storen

Voorwaardelijke wijs

ikzou storen
jijzou storen
hij/zij/hetzou storen
wijzouden storen
julliezouden storen
zijzouden storen

Oefen storen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

storen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De harde muziek de buren elke avond.

  2. Verleden tijd

    Het lawaai mij gisteravond tijdens het leren.

  3. Voltooide tijd

    Sorry, ik je toch niet ?

  4. Bijzin

    Hij werkt thuis terwijl niemand hem .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is stoor. In storen staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (stoorde, stoorden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gestoord).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij stoort, maar stoor jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van storen?

stoorde (ik, jij, hij/zij/het) en stoorden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van storen?

gestoord, met hebben: ik heb gestoord.

Gebruik je storen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gestoord, hij heeft gestoord.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.