Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Storten

storten = to dump, deposit, plummet

Hele werkwoord
storten
Verleden tijd
stortte · stortten
Voltooide tijd
heeft / is gestort

Kort antwoord

Storten is in het Engels to dump, deposit, plummet. Verleden tijd: stortte (enkelvoud) en stortten (meervoud). Voltooid deelwoord: gestort, met hebben / zijn: ik heb / ben gestort.

Oefen storten

Tegenwoordige tijd

ikstort
jijstort
hij/zij/hetstort
wijstorten
julliestorten
zijstorten

Verleden tijd

ikstortte
jijstortte
hij/zij/hetstortte
wijstortten
julliestortten
zijstortten

Voltooide tijd

ikheb / ben gestort
jijhebt / bent gestort
hij/zij/hetheeft / is gestort
wijhebben / zijn gestort
julliehebben / zijn gestort
zijhebben / zijn gestort

Voltooid verleden tijd

ikhad / was gestort
jijhad / was gestort
hij/zij/hethad / was gestort
wijhadden / waren gestort
julliehadden / waren gestort
zijhadden / waren gestort

Toekomende tijd

ikzal storten
jijzult storten
hij/zij/hetzal storten
wijzullen storten
julliezullen storten
zijzullen storten

Voorwaardelijke wijs

ikzou storten
jijzou storten
hij/zij/hetzou storten
wijzouden storten
julliezouden storten
zijzouden storten

Oefen storten

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

storten in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Ik elke maand geld op mijn spaarrekening.

  2. Verleden tijd

    De arbeiders het zand midden op de bouwplaats.

  3. Voltooide tijd

    Mijn vader gisteren driehonderd euro op mijn rekening .

  4. Voltooide tijd

    Het kleine vliegtuig vanmorgen in het bos .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is stort. In storten staat t voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (stortte, stortten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gestort).
  • Hebben of zijn: hebben voor de activiteit zelf, zijn als je zegt waarheen of wat er veranderde. Ik heb honderd euro op haar rekening gestort. Het vliegtuig is in zee gestort.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van storten?

stortte (ik, jij, hij/zij/het) en stortten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van storten?

gestort, met hebben of zijn, afhankelijk van de betekenis: Ik heb honderd euro op haar rekening gestort. Het vliegtuig is in zee gestort.

Gebruik je storten met hebben of zijn?

Allebei, afhankelijk van de betekenis: Ik heb honderd euro op haar rekening gestort. Het vliegtuig is in zee gestort.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.