Niveau B1 · Regelmatig
Vervoeging van Storten
storten = to dump, deposit, plummet
- Hele werkwoord
- storten
- Verleden tijd
- stortte · stortten
- Voltooide tijd
- heeft / is gestort
Kort antwoord
Storten is in het Engels to dump, deposit, plummet. Verleden tijd: stortte (enkelvoud) en stortten (meervoud). Voltooid deelwoord: gestort, met hebben / zijn: ik heb / ben gestort.
Oefen stortenTegenwoordige tijd
| ik | stort |
| jij | stort |
| hij/zij/het | stort |
| wij | storten |
| jullie | storten |
| zij | storten |
Verleden tijd
| ik | stortte |
| jij | stortte |
| hij/zij/het | stortte |
| wij | stortten |
| jullie | stortten |
| zij | stortten |
Voltooide tijd
| ik | heb / ben gestort |
| jij | hebt / bent gestort |
| hij/zij/het | heeft / is gestort |
| wij | hebben / zijn gestort |
| jullie | hebben / zijn gestort |
| zij | hebben / zijn gestort |
Voltooid verleden tijd
| ik | had / was gestort |
| jij | had / was gestort |
| hij/zij/het | had / was gestort |
| wij | hadden / waren gestort |
| jullie | hadden / waren gestort |
| zij | hadden / waren gestort |
Toekomende tijd
| ik | zal storten |
| jij | zult storten |
| hij/zij/het | zal storten |
| wij | zullen storten |
| jullie | zullen storten |
| zij | zullen storten |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou storten |
| jij | zou storten |
| hij/zij/het | zou storten |
| wij | zouden storten |
| jullie | zouden storten |
| zij | zouden storten |
Oefen storten
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
storten in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is stort. In storten staat t voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (stortte, stortten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gestort).
- Hebben of zijn: hebben voor de activiteit zelf, zijn als je zegt waarheen of wat er veranderde. Ik heb honderd euro op haar rekening gestort. Het vliegtuig is in zee gestort.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van storten?
stortte (ik, jij, hij/zij/het) en stortten (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van storten?
gestort, met hebben of zijn, afhankelijk van de betekenis: Ik heb honderd euro op haar rekening gestort. Het vliegtuig is in zee gestort.
Gebruik je storten met hebben of zijn?
Allebei, afhankelijk van de betekenis: Ik heb honderd euro op haar rekening gestort. Het vliegtuig is in zee gestort.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.