Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Toetsen

toetsen = to assess

Hele werkwoord
toetsen
Verleden tijd
toetste · toetsten
Voltooide tijd
heeft getoetst

Kort antwoord

Toetsen is in het Engels to assess. Verleden tijd: toetste (enkelvoud) en toetsten (meervoud). Voltooid deelwoord: getoetst, met hebben: ik heb getoetst.

Oefen toetsen

Tegenwoordige tijd

iktoets
jijtoetst
hij/zij/hettoetst
wijtoetsen
jullietoetsen
zijtoetsen

Verleden tijd

iktoetste
jijtoetste
hij/zij/hettoetste
wijtoetsten
jullietoetsten
zijtoetsten

Voltooide tijd

ikheb getoetst
jijhebt getoetst
hij/zij/hetheeft getoetst
wijhebben getoetst
julliehebben getoetst
zijhebben getoetst

Voltooid verleden tijd

ikhad getoetst
jijhad getoetst
hij/zij/hethad getoetst
wijhadden getoetst
julliehadden getoetst
zijhadden getoetst

Toekomende tijd

ikzal toetsen
jijzult toetsen
hij/zij/hetzal toetsen
wijzullen toetsen
julliezullen toetsen
zijzullen toetsen

Voorwaardelijke wijs

ikzou toetsen
jijzou toetsen
hij/zij/hetzou toetsen
wijzouden toetsen
julliezouden toetsen
zijzouden toetsen

Oefen toetsen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

toetsen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De docent onze kennis elke maand met een korte test.

  2. Verleden tijd

    Het bedrijf het nieuwe product eerst bij klanten.

  3. Voltooide tijd

    De commissie het plan zorgvuldig .

  4. Bijzin

    Wij zijn blij dat zij onze ideeën eerlijk .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is toets. In toetsen staat s voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (toetste, toetsten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (getoetst).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij toetst, maar toets jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van toetsen?

toetste (ik, jij, hij/zij/het) en toetsten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van toetsen?

getoetst, met hebben: ik heb getoetst.

Gebruik je toetsen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb getoetst, hij heeft getoetst.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.