Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Troosten

troosten = to comfort

Hele werkwoord
troosten
Verleden tijd
troostte · troostten
Voltooide tijd
heeft getroost

Kort antwoord

Troosten is in het Engels to comfort. Verleden tijd: troostte (enkelvoud) en troostten (meervoud). Voltooid deelwoord: getroost, met hebben: ik heb getroost.

Oefen troosten

Tegenwoordige tijd

iktroost
jijtroost
hij/zij/hettroost
wijtroosten
jullietroosten
zijtroosten

Verleden tijd

iktroostte
jijtroostte
hij/zij/hettroostte
wijtroostten
jullietroostten
zijtroostten

Voltooide tijd

ikheb getroost
jijhebt getroost
hij/zij/hetheeft getroost
wijhebben getroost
julliehebben getroost
zijhebben getroost

Voltooid verleden tijd

ikhad getroost
jijhad getroost
hij/zij/hethad getroost
wijhadden getroost
julliehadden getroost
zijhadden getroost

Toekomende tijd

ikzal troosten
jijzult troosten
hij/zij/hetzal troosten
wijzullen troosten
julliezullen troosten
zijzullen troosten

Voorwaardelijke wijs

ikzou troosten
jijzou troosten
hij/zij/hetzou troosten
wijzouden troosten
julliezouden troosten
zijzouden troosten

Oefen troosten

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

troosten in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Zij haar kleine zusje als ze verdrietig is.

  2. Verleden tijd

    Hij zijn vriend na het slechte nieuws.

  3. Voltooide tijd

    De juf het huilende kind .

  4. Bijzin

    Ik blijf bij mijn oma omdat ik haar wil .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is troost. In troosten staat t voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (troostte, troostten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (getroost).

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van troosten?

troostte (ik, jij, hij/zij/het) en troostten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van troosten?

getroost, met hebben: ik heb getroost.

Gebruik je troosten met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb getroost, hij heeft getroost.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.