Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Twijfelen

twijfelen = to doubt

Hele werkwoord
twijfelen
Verleden tijd
twijfelde · twijfelden
Voltooide tijd
heeft getwijfeld

Kort antwoord

Twijfelen is in het Engels to doubt. Verleden tijd: twijfelde (enkelvoud) en twijfelden (meervoud). Voltooid deelwoord: getwijfeld, met hebben: ik heb getwijfeld.

Oefen twijfelen

Tegenwoordige tijd

iktwijfel
jijtwijfelt
hij/zij/hettwijfelt
wijtwijfelen
jullietwijfelen
zijtwijfelen

Verleden tijd

iktwijfelde
jijtwijfelde
hij/zij/hettwijfelde
wijtwijfelden
jullietwijfelden
zijtwijfelden

Voltooide tijd

ikheb getwijfeld
jijhebt getwijfeld
hij/zij/hetheeft getwijfeld
wijhebben getwijfeld
julliehebben getwijfeld
zijhebben getwijfeld

Voltooid verleden tijd

ikhad getwijfeld
jijhad getwijfeld
hij/zij/hethad getwijfeld
wijhadden getwijfeld
julliehadden getwijfeld
zijhadden getwijfeld

Toekomende tijd

ikzal twijfelen
jijzult twijfelen
hij/zij/hetzal twijfelen
wijzullen twijfelen
julliezullen twijfelen
zijzullen twijfelen

Voorwaardelijke wijs

ikzou twijfelen
jijzou twijfelen
hij/zij/hetzou twijfelen
wijzouden twijfelen
julliezouden twijfelen
zijzouden twijfelen

Oefen twijfelen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

twijfelen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Ik nog steeds over mijn keuze voor die studie.

  2. Verleden tijd

    Zij lang over de nieuwe baan.

  3. Voltooide tijd

    Wij lang of we moesten verhuizen.

  4. Tegenwoordige tijd

    Jullie vaak te lang voordat jullie iets bestellen.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is twijfel. In twijfelen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (twijfelde, twijfelden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (getwijfeld).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij twijfelt, maar twijfel jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van twijfelen?

twijfelde (ik, jij, hij/zij/het) en twijfelden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van twijfelen?

getwijfeld, met hebben: ik heb getwijfeld.

Gebruik je twijfelen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb getwijfeld, hij heeft getwijfeld.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.