Niveau B1 · Regelmatig
Vervoeging van Twijfelen
twijfelen = to doubt
- Hele werkwoord
- twijfelen
- Verleden tijd
- twijfelde · twijfelden
- Voltooide tijd
- heeft getwijfeld
Kort antwoord
Twijfelen is in het Engels to doubt. Verleden tijd: twijfelde (enkelvoud) en twijfelden (meervoud). Voltooid deelwoord: getwijfeld, met hebben: ik heb getwijfeld.
Oefen twijfelenTegenwoordige tijd
| ik | twijfel |
| jij | twijfelt |
| hij/zij/het | twijfelt |
| wij | twijfelen |
| jullie | twijfelen |
| zij | twijfelen |
Verleden tijd
| ik | twijfelde |
| jij | twijfelde |
| hij/zij/het | twijfelde |
| wij | twijfelden |
| jullie | twijfelden |
| zij | twijfelden |
Voltooide tijd
| ik | heb getwijfeld |
| jij | hebt getwijfeld |
| hij/zij/het | heeft getwijfeld |
| wij | hebben getwijfeld |
| jullie | hebben getwijfeld |
| zij | hebben getwijfeld |
Voltooid verleden tijd
| ik | had getwijfeld |
| jij | had getwijfeld |
| hij/zij/het | had getwijfeld |
| wij | hadden getwijfeld |
| jullie | hadden getwijfeld |
| zij | hadden getwijfeld |
Toekomende tijd
| ik | zal twijfelen |
| jij | zult twijfelen |
| hij/zij/het | zal twijfelen |
| wij | zullen twijfelen |
| jullie | zullen twijfelen |
| zij | zullen twijfelen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou twijfelen |
| jij | zou twijfelen |
| hij/zij/het | zou twijfelen |
| wij | zouden twijfelen |
| jullie | zouden twijfelen |
| zij | zouden twijfelen |
Oefen twijfelen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
twijfelen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is twijfel. In twijfelen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (twijfelde, twijfelden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (getwijfeld).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij twijfelt, maar twijfel jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van twijfelen?
twijfelde (ik, jij, hij/zij/het) en twijfelden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van twijfelen?
getwijfeld, met hebben: ik heb getwijfeld.
Gebruik je twijfelen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb getwijfeld, hij heeft getwijfeld.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.