Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig, scheidbaar

Vervoeging van Uitbuiten

uitbuiten = to exploit

Hele werkwoord
uitbuiten
Verleden tijd
buitte uit · buitten uit
Voltooide tijd
heeft uitgebuit

Kort antwoord

Uitbuiten is in het Engels to exploit. Verleden tijd: buitte uit (enkelvoud) en buitten uit (meervoud). Voltooid deelwoord: uitgebuit, met hebben: ik heb uitgebuit.

Oefen uitbuiten

Tegenwoordige tijd

ikbuit uit
jijbuit uit
hij/zij/hetbuit uit
wijbuiten uit
julliebuiten uit
zijbuiten uit

Verleden tijd

ikbuitte uit
jijbuitte uit
hij/zij/hetbuitte uit
wijbuitten uit
julliebuitten uit
zijbuitten uit

Voltooide tijd

ikheb uitgebuit
jijhebt uitgebuit
hij/zij/hetheeft uitgebuit
wijhebben uitgebuit
julliehebben uitgebuit
zijhebben uitgebuit

Voltooid verleden tijd

ikhad uitgebuit
jijhad uitgebuit
hij/zij/hethad uitgebuit
wijhadden uitgebuit
julliehadden uitgebuit
zijhadden uitgebuit

Toekomende tijd

ikzal uitbuiten
jijzult uitbuiten
hij/zij/hetzal uitbuiten
wijzullen uitbuiten
julliezullen uitbuiten
zijzullen uitbuiten

Voorwaardelijke wijs

ikzou uitbuiten
jijzou uitbuiten
hij/zij/hetzou uitbuiten
wijzouden uitbuiten
julliezouden uitbuiten
zijzouden uitbuiten

Uitbuiten is een scheidbaar werkwoord

In een hoofdzin gaat uit naar het einde (ik buit uit). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik uitbuit). Voltooid deelwoord: uitgebuit.

Hoofdzinik buit uit
Vraagbuit jij uit?
Bijzin… dat ik uitbuit
Met een modaal werkwoordik wil uitbuiten
Voltooide tijdik heb uitgebuit
Met om ... teom uit te buiten
Gebiedende wijsbuit uit!

Scheidbare werkwoorden: regels en checker

Oefen uitbuiten

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

uitbuiten in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Die baas zijn werknemers helemaal .

  2. Verleden tijd

    De fabriek vroeger veel kinderen .

  3. Voltooide tijd

    Hij haar vriendelijkheid .

  4. Tegenwoordige tijd

    Jij mijn hulp steeds en dat vind ik niet leuk.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is buit. In buiten staat t voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (buitte, buitten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (uitgebuit).
  • Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat uit naar het eind: ik buit uit. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik uitbuit, ... dat ik uitbuitte.
  • In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: uitgebuit.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van uitbuiten?

buitte uit (ik, jij, hij/zij/het) en buitten uit (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van uitbuiten?

uitgebuit, met hebben: ik heb uitgebuit.

Gebruik je uitbuiten met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb uitgebuit, hij heeft uitgebuit.

Is uitbuiten een scheidbaar werkwoord?

Ja. In een hoofdzin gaat uit naar het einde (ik buit uit), in een bijzin blijft het vast (dat ik uitbuit). Voltooid deelwoord: uitgebuit.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.