Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B1 · Regular, separable

Uitmaken conjugation

uitmaken = to end a relationship

Infinitive
uitmaken
Past
maakte uit · maakten uit
Perfect
heeft uitgemaakt

Quick answer

Uitmaken means to end a relationship. Past tense: maakte uit (singular) and maakten uit (plural). Past participle: uitgemaakt, with hebben: ik heb uitgemaakt.

Practise uitmaken

Present (tegenwoordige tijd)

ikmaak uit
jijmaakt uit
hij/zij/hetmaakt uit
wijmaken uit
julliemaken uit
zijmaken uit

Past (verleden tijd)

ikmaakte uit
jijmaakte uit
hij/zij/hetmaakte uit
wijmaakten uit
julliemaakten uit
zijmaakten uit

Perfect (voltooide tijd)

ikheb uitgemaakt
jijhebt uitgemaakt
hij/zij/hetheeft uitgemaakt
wijhebben uitgemaakt
julliehebben uitgemaakt
zijhebben uitgemaakt

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad uitgemaakt
jijhad uitgemaakt
hij/zij/hethad uitgemaakt
wijhadden uitgemaakt
julliehadden uitgemaakt
zijhadden uitgemaakt

Future (toekomende tijd)

ikzal uitmaken
jijzult uitmaken
hij/zij/hetzal uitmaken
wijzullen uitmaken
julliezullen uitmaken
zijzullen uitmaken

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou uitmaken
jijzou uitmaken
hij/zij/hetzou uitmaken
wijzouden uitmaken
julliezouden uitmaken
zijzouden uitmaken

Uitmaken is a separable verb

In a main clause uit goes to the end (ik maak uit). In a subordinate clause the two parts stay together (dat ik uitmaak). Participle: uitgemaakt.

Main clauseik maak uit
Questionmaak jij uit?
Subordinate clause… dat ik uitmaak
With a modal verbik wil uitmaken
Perfect tenseik heb uitgemaakt
With om ... teom uit te maken
Imperativemaak uit!

Separable verbs: rules and checker

Practise uitmaken

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is maak. The infinitive maken has k before -en, one of the sounds in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -te (maakte, maakten) and the participle ends in -t (uitgemaakt).
  • Separable verb. In a main clause the prefix uit goes to the end: ik maak uit. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik uitmaak, ... dat ik uitmaakte.
  • In the participle, ge goes between the two parts: uitgemaakt.

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of uitmaken?

maakte uit (ik, jij, hij/zij/het) and maakten uit (wij, jullie, zij).

What is the past participle of uitmaken?

uitgemaakt, with hebben: ik heb uitgemaakt.

Is uitmaken used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb uitgemaakt, hij heeft uitgemaakt.

Is uitmaken a separable verb?

Yes. In a main clause uit goes to the end (ik maak uit), in a subordinate clause it stays attached (dat ik uitmaak). Participle: uitgemaakt.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.