Niveau A1 · Onregelmatig, scheidbaar
Vervoeging van Uitgaan
uitgaan = to go out
- Hele werkwoord
- uitgaan
- Verleden tijd
- ging uit · gingen uit
- Voltooide tijd
- is uitgegaan
Kort antwoord
Uitgaan is in het Engels to go out. Verleden tijd: ging uit (enkelvoud) en gingen uit (meervoud). Voltooid deelwoord: uitgegaan, met zijn: ik ben uitgegaan.
Oefen uitgaanTegenwoordige tijd
| ik | ga uit |
| jij | gaat uit |
| hij/zij/het | gaat uit |
| wij | gaan uit |
| jullie | gaan uit |
| zij | gaan uit |
Verleden tijd
| ik | ging uit |
| jij | ging uit |
| hij/zij/het | ging uit |
| wij | gingen uit |
| jullie | gingen uit |
| zij | gingen uit |
Voltooide tijd
| ik | ben uitgegaan |
| jij | bent uitgegaan |
| hij/zij/het | is uitgegaan |
| wij | zijn uitgegaan |
| jullie | zijn uitgegaan |
| zij | zijn uitgegaan |
Voltooid verleden tijd
| ik | was uitgegaan |
| jij | was uitgegaan |
| hij/zij/het | was uitgegaan |
| wij | waren uitgegaan |
| jullie | waren uitgegaan |
| zij | waren uitgegaan |
Toekomende tijd
| ik | zal uitgaan |
| jij | zult uitgaan |
| hij/zij/het | zal uitgaan |
| wij | zullen uitgaan |
| jullie | zullen uitgaan |
| zij | zullen uitgaan |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou uitgaan |
| jij | zou uitgaan |
| hij/zij/het | zou uitgaan |
| wij | zouden uitgaan |
| jullie | zouden uitgaan |
| zij | zouden uitgaan |
Uitgaan is een scheidbaar werkwoord
In een hoofdzin gaat uit naar het einde (ik ga uit). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik uitga). Voltooid deelwoord: uitgegaan.
| Hoofdzin | ik ga uit |
| Vraag | ga jij uit? |
| Bijzin | … dat ik uitga |
| Met een modaal werkwoord | ik wil uitgaan |
| Voltooide tijd | ik ben uitgegaan |
| Met om ... te | om uit te gaan |
| Gebiedende wijs | ga uit! |
Oefen uitgaan
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
Zo werkt dit werkwoord
- Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: uitgaan, ging uit, uitgegaan.
- Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat uit naar het eind: ik ga uit. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik uitga, ... dat ik uitging.
- In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: uitgegaan.
- Voltooide tijd met zijn: ik ben uitgegaan, niet ik heb uitgegaan.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van uitgaan?
ging uit (ik, jij, hij/zij/het) en gingen uit (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van uitgaan?
uitgegaan, met zijn: ik ben uitgegaan.
Gebruik je uitgaan met hebben of zijn?
Met zijn: ik ben uitgegaan, hij is uitgegaan.
Is uitgaan een scheidbaar werkwoord?
Ja. In een hoofdzin gaat uit naar het einde (ik ga uit), in een bijzin blijft het vast (dat ik uitga). Voltooid deelwoord: uitgegaan.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.