Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A1 · Onregelmatig, scheidbaar

Vervoeging van Uitgaan

uitgaan = to go out

Hele werkwoord
uitgaan
Verleden tijd
ging uit · gingen uit
Voltooide tijd
is uitgegaan

Kort antwoord

Uitgaan is in het Engels to go out. Verleden tijd: ging uit (enkelvoud) en gingen uit (meervoud). Voltooid deelwoord: uitgegaan, met zijn: ik ben uitgegaan.

Oefen uitgaan

Tegenwoordige tijd

ikga uit
jijgaat uit
hij/zij/hetgaat uit
wijgaan uit
julliegaan uit
zijgaan uit

Verleden tijd

ikging uit
jijging uit
hij/zij/hetging uit
wijgingen uit
julliegingen uit
zijgingen uit

Voltooide tijd

ikben uitgegaan
jijbent uitgegaan
hij/zij/hetis uitgegaan
wijzijn uitgegaan
julliezijn uitgegaan
zijzijn uitgegaan

Voltooid verleden tijd

ikwas uitgegaan
jijwas uitgegaan
hij/zij/hetwas uitgegaan
wijwaren uitgegaan
julliewaren uitgegaan
zijwaren uitgegaan

Toekomende tijd

ikzal uitgaan
jijzult uitgaan
hij/zij/hetzal uitgaan
wijzullen uitgaan
julliezullen uitgaan
zijzullen uitgaan

Voorwaardelijke wijs

ikzou uitgaan
jijzou uitgaan
hij/zij/hetzou uitgaan
wijzouden uitgaan
julliezouden uitgaan
zijzouden uitgaan

Uitgaan is een scheidbaar werkwoord

In een hoofdzin gaat uit naar het einde (ik ga uit). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik uitga). Voltooid deelwoord: uitgegaan.

Hoofdzinik ga uit
Vraagga jij uit?
Bijzin… dat ik uitga
Met een modaal werkwoordik wil uitgaan
Voltooide tijdik ben uitgegaan
Met om ... teom uit te gaan
Gebiedende wijsga uit!

Scheidbare werkwoorden: regels en checker

Oefen uitgaan

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

Zo werkt dit werkwoord

  • Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: uitgaan, ging uit, uitgegaan.
  • Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat uit naar het eind: ik ga uit. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik uitga, ... dat ik uitging.
  • In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: uitgegaan.
  • Voltooide tijd met zijn: ik ben uitgegaan, niet ik heb uitgegaan.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van uitgaan?

ging uit (ik, jij, hij/zij/het) en gingen uit (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van uitgaan?

uitgegaan, met zijn: ik ben uitgegaan.

Gebruik je uitgaan met hebben of zijn?

Met zijn: ik ben uitgegaan, hij is uitgegaan.

Is uitgaan een scheidbaar werkwoord?

Ja. In een hoofdzin gaat uit naar het einde (ik ga uit), in een bijzin blijft het vast (dat ik uitga). Voltooid deelwoord: uitgegaan.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.