Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig, scheidbaar

Vervoeging van Uitlenen

uitlenen = to lend out

Hele werkwoord
uitlenen
Verleden tijd
leende uit · leenden uit
Voltooide tijd
heeft uitgeleend

Kort antwoord

Uitlenen is in het Engels to lend out. Verleden tijd: leende uit (enkelvoud) en leenden uit (meervoud). Voltooid deelwoord: uitgeleend, met hebben: ik heb uitgeleend.

Oefen uitlenen

Tegenwoordige tijd

ikleen uit
jijleent uit
hij/zij/hetleent uit
wijlenen uit
jullielenen uit
zijlenen uit

Verleden tijd

ikleende uit
jijleende uit
hij/zij/hetleende uit
wijleenden uit
jullieleenden uit
zijleenden uit

Voltooide tijd

ikheb uitgeleend
jijhebt uitgeleend
hij/zij/hetheeft uitgeleend
wijhebben uitgeleend
julliehebben uitgeleend
zijhebben uitgeleend

Voltooid verleden tijd

ikhad uitgeleend
jijhad uitgeleend
hij/zij/hethad uitgeleend
wijhadden uitgeleend
julliehadden uitgeleend
zijhadden uitgeleend

Toekomende tijd

ikzal uitlenen
jijzult uitlenen
hij/zij/hetzal uitlenen
wijzullen uitlenen
julliezullen uitlenen
zijzullen uitlenen

Voorwaardelijke wijs

ikzou uitlenen
jijzou uitlenen
hij/zij/hetzou uitlenen
wijzouden uitlenen
julliezouden uitlenen
zijzouden uitlenen

Uitlenen is een scheidbaar werkwoord

In een hoofdzin gaat uit naar het einde (ik leen uit). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik uitleen). Voltooid deelwoord: uitgeleend.

Hoofdzinik leen uit
Vraagleen jij uit?
Bijzin… dat ik uitleen
Met een modaal werkwoordik wil uitlenen
Voltooide tijdik heb uitgeleend
Met om ... teom uit te lenen
Gebiedende wijsleen uit!

Scheidbare werkwoorden: regels en checker

Oefen uitlenen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

uitlenen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Ik mijn fiets nooit aan vreemden .

  2. Verleden tijd

    De bibliotheek vroeger alleen boeken .

  3. Voltooide tijd

    Ik mijn boek gisteren aan mijn buurman .

  4. Bijzin

    Hij is boos, omdat jij zijn gitaar hebt .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is leen. In lenen staat n voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (leende, leenden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (uitgeleend).
  • Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat uit naar het eind: ik leen uit. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik uitleen, ... dat ik uitleende.
  • In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: uitgeleend.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van uitlenen?

leende uit (ik, jij, hij/zij/het) en leenden uit (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van uitlenen?

uitgeleend, met hebben: ik heb uitgeleend.

Gebruik je uitlenen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb uitgeleend, hij heeft uitgeleend.

Is uitlenen een scheidbaar werkwoord?

Ja. In een hoofdzin gaat uit naar het einde (ik leen uit), in een bijzin blijft het vast (dat ik uitleen). Voltooid deelwoord: uitgeleend.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.