Niveau B1 · Regelmatig, scheidbaar
Vervoeging van Uitlenen
uitlenen = to lend out
- Hele werkwoord
- uitlenen
- Verleden tijd
- leende uit · leenden uit
- Voltooide tijd
- heeft uitgeleend
Kort antwoord
Uitlenen is in het Engels to lend out. Verleden tijd: leende uit (enkelvoud) en leenden uit (meervoud). Voltooid deelwoord: uitgeleend, met hebben: ik heb uitgeleend.
Oefen uitlenenTegenwoordige tijd
| ik | leen uit |
| jij | leent uit |
| hij/zij/het | leent uit |
| wij | lenen uit |
| jullie | lenen uit |
| zij | lenen uit |
Verleden tijd
| ik | leende uit |
| jij | leende uit |
| hij/zij/het | leende uit |
| wij | leenden uit |
| jullie | leenden uit |
| zij | leenden uit |
Voltooide tijd
| ik | heb uitgeleend |
| jij | hebt uitgeleend |
| hij/zij/het | heeft uitgeleend |
| wij | hebben uitgeleend |
| jullie | hebben uitgeleend |
| zij | hebben uitgeleend |
Voltooid verleden tijd
| ik | had uitgeleend |
| jij | had uitgeleend |
| hij/zij/het | had uitgeleend |
| wij | hadden uitgeleend |
| jullie | hadden uitgeleend |
| zij | hadden uitgeleend |
Toekomende tijd
| ik | zal uitlenen |
| jij | zult uitlenen |
| hij/zij/het | zal uitlenen |
| wij | zullen uitlenen |
| jullie | zullen uitlenen |
| zij | zullen uitlenen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou uitlenen |
| jij | zou uitlenen |
| hij/zij/het | zou uitlenen |
| wij | zouden uitlenen |
| jullie | zouden uitlenen |
| zij | zouden uitlenen |
Uitlenen is een scheidbaar werkwoord
In een hoofdzin gaat uit naar het einde (ik leen uit). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik uitleen). Voltooid deelwoord: uitgeleend.
| Hoofdzin | ik leen uit |
| Vraag | leen jij uit? |
| Bijzin | … dat ik uitleen |
| Met een modaal werkwoord | ik wil uitlenen |
| Voltooide tijd | ik heb uitgeleend |
| Met om ... te | om uit te lenen |
| Gebiedende wijs | leen uit! |
Oefen uitlenen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
uitlenen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is leen. In lenen staat n voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (leende, leenden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (uitgeleend).
- Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat uit naar het eind: ik leen uit. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik uitleen, ... dat ik uitleende.
- In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: uitgeleend.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van uitlenen?
leende uit (ik, jij, hij/zij/het) en leenden uit (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van uitlenen?
uitgeleend, met hebben: ik heb uitgeleend.
Gebruik je uitlenen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb uitgeleend, hij heeft uitgeleend.
Is uitlenen een scheidbaar werkwoord?
Ja. In een hoofdzin gaat uit naar het einde (ik leen uit), in een bijzin blijft het vast (dat ik uitleen). Voltooid deelwoord: uitgeleend.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.