Niveau B1 · Onregelmatig, scheidbaar
Vervoeging van Uitlezen
uitlezen = to read through
- Hele werkwoord
- uitlezen
- Verleden tijd
- las uit · lazen uit
- Voltooide tijd
- heeft uitgelezen
Kort antwoord
Uitlezen is in het Engels to read through. Verleden tijd: las uit (enkelvoud) en lazen uit (meervoud). Voltooid deelwoord: uitgelezen, met hebben: ik heb uitgelezen.
Oefen uitlezenTegenwoordige tijd
| ik | lees uit |
| jij | leest uit |
| hij/zij/het | leest uit |
| wij | lezen uit |
| jullie | lezen uit |
| zij | lezen uit |
Verleden tijd
| ik | las uit |
| jij | las uit |
| hij/zij/het | las uit |
| wij | lazen uit |
| jullie | lazen uit |
| zij | lazen uit |
Voltooide tijd
| ik | heb uitgelezen |
| jij | hebt uitgelezen |
| hij/zij/het | heeft uitgelezen |
| wij | hebben uitgelezen |
| jullie | hebben uitgelezen |
| zij | hebben uitgelezen |
Voltooid verleden tijd
| ik | had uitgelezen |
| jij | had uitgelezen |
| hij/zij/het | had uitgelezen |
| wij | hadden uitgelezen |
| jullie | hadden uitgelezen |
| zij | hadden uitgelezen |
Toekomende tijd
| ik | zal uitlezen |
| jij | zult uitlezen |
| hij/zij/het | zal uitlezen |
| wij | zullen uitlezen |
| jullie | zullen uitlezen |
| zij | zullen uitlezen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou uitlezen |
| jij | zou uitlezen |
| hij/zij/het | zou uitlezen |
| wij | zouden uitlezen |
| jullie | zouden uitlezen |
| zij | zouden uitlezen |
Uitlezen is een scheidbaar werkwoord
In een hoofdzin gaat uit naar het einde (ik lees uit). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik uitlees). Voltooid deelwoord: uitgelezen.
| Hoofdzin | ik lees uit |
| Vraag | lees jij uit? |
| Bijzin | … dat ik uitlees |
| Met een modaal werkwoord | ik wil uitlezen |
| Voltooide tijd | ik heb uitgelezen |
| Met om ... te | om uit te lezen |
| Gebiedende wijs | lees uit! |
Oefen uitlezen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
uitlezen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: uitlezen, las uit, uitgelezen.
- Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat uit naar het eind: ik lees uit. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik uitlees, ... dat ik uitlas.
- In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: uitgelezen.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van uitlezen?
las uit (ik, jij, hij/zij/het) en lazen uit (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van uitlezen?
uitgelezen, met hebben: ik heb uitgelezen.
Gebruik je uitlezen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb uitgelezen, hij heeft uitgelezen.
Is uitlezen een scheidbaar werkwoord?
Ja. In een hoofdzin gaat uit naar het einde (ik lees uit), in een bijzin blijft het vast (dat ik uitlees). Voltooid deelwoord: uitgelezen.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.