Niveau B1 · Regelmatig, scheidbaar
Vervoeging van Uitwisselen
uitwisselen = to exchange
- Hele werkwoord
- uitwisselen
- Verleden tijd
- wisselde uit · wisselden uit
- Voltooide tijd
- heeft uitgewisseld
Kort antwoord
Uitwisselen is in het Engels to exchange. Verleden tijd: wisselde uit (enkelvoud) en wisselden uit (meervoud). Voltooid deelwoord: uitgewisseld, met hebben: ik heb uitgewisseld.
Oefen uitwisselenTegenwoordige tijd
| ik | wissel uit |
| jij | wisselt uit |
| hij/zij/het | wisselt uit |
| wij | wisselen uit |
| jullie | wisselen uit |
| zij | wisselen uit |
Verleden tijd
| ik | wisselde uit |
| jij | wisselde uit |
| hij/zij/het | wisselde uit |
| wij | wisselden uit |
| jullie | wisselden uit |
| zij | wisselden uit |
Voltooide tijd
| ik | heb uitgewisseld |
| jij | hebt uitgewisseld |
| hij/zij/het | heeft uitgewisseld |
| wij | hebben uitgewisseld |
| jullie | hebben uitgewisseld |
| zij | hebben uitgewisseld |
Voltooid verleden tijd
| ik | had uitgewisseld |
| jij | had uitgewisseld |
| hij/zij/het | had uitgewisseld |
| wij | hadden uitgewisseld |
| jullie | hadden uitgewisseld |
| zij | hadden uitgewisseld |
Toekomende tijd
| ik | zal uitwisselen |
| jij | zult uitwisselen |
| hij/zij/het | zal uitwisselen |
| wij | zullen uitwisselen |
| jullie | zullen uitwisselen |
| zij | zullen uitwisselen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou uitwisselen |
| jij | zou uitwisselen |
| hij/zij/het | zou uitwisselen |
| wij | zouden uitwisselen |
| jullie | zouden uitwisselen |
| zij | zouden uitwisselen |
Uitwisselen is een scheidbaar werkwoord
In een hoofdzin gaat uit naar het einde (ik wissel uit). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik uitwissel). Voltooid deelwoord: uitgewisseld.
| Hoofdzin | ik wissel uit |
| Vraag | wissel jij uit? |
| Bijzin | … dat ik uitwissel |
| Met een modaal werkwoord | ik wil uitwisselen |
| Voltooide tijd | ik heb uitgewisseld |
| Met om ... te | om uit te wisselen |
| Gebiedende wijs | wissel uit! |
Oefen uitwisselen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
uitwisselen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is wissel. In wisselen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (wisselde, wisselden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (uitgewisseld).
- Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat uit naar het eind: ik wissel uit. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik uitwissel, ... dat ik uitwisselde.
- In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: uitgewisseld.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van uitwisselen?
wisselde uit (ik, jij, hij/zij/het) en wisselden uit (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van uitwisselen?
uitgewisseld, met hebben: ik heb uitgewisseld.
Gebruik je uitwisselen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb uitgewisseld, hij heeft uitgewisseld.
Is uitwisselen een scheidbaar werkwoord?
Ja. In een hoofdzin gaat uit naar het einde (ik wissel uit), in een bijzin blijft het vast (dat ik uitwissel). Voltooid deelwoord: uitgewisseld.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.