Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig, scheidbaar

Vervoeging van Uitwisselen

uitwisselen = to exchange

Hele werkwoord
uitwisselen
Verleden tijd
wisselde uit · wisselden uit
Voltooide tijd
heeft uitgewisseld

Kort antwoord

Uitwisselen is in het Engels to exchange. Verleden tijd: wisselde uit (enkelvoud) en wisselden uit (meervoud). Voltooid deelwoord: uitgewisseld, met hebben: ik heb uitgewisseld.

Oefen uitwisselen

Tegenwoordige tijd

ikwissel uit
jijwisselt uit
hij/zij/hetwisselt uit
wijwisselen uit
julliewisselen uit
zijwisselen uit

Verleden tijd

ikwisselde uit
jijwisselde uit
hij/zij/hetwisselde uit
wijwisselden uit
julliewisselden uit
zijwisselden uit

Voltooide tijd

ikheb uitgewisseld
jijhebt uitgewisseld
hij/zij/hetheeft uitgewisseld
wijhebben uitgewisseld
julliehebben uitgewisseld
zijhebben uitgewisseld

Voltooid verleden tijd

ikhad uitgewisseld
jijhad uitgewisseld
hij/zij/hethad uitgewisseld
wijhadden uitgewisseld
julliehadden uitgewisseld
zijhadden uitgewisseld

Toekomende tijd

ikzal uitwisselen
jijzult uitwisselen
hij/zij/hetzal uitwisselen
wijzullen uitwisselen
julliezullen uitwisselen
zijzullen uitwisselen

Voorwaardelijke wijs

ikzou uitwisselen
jijzou uitwisselen
hij/zij/hetzou uitwisselen
wijzouden uitwisselen
julliezouden uitwisselen
zijzouden uitwisselen

Uitwisselen is een scheidbaar werkwoord

In een hoofdzin gaat uit naar het einde (ik wissel uit). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik uitwissel). Voltooid deelwoord: uitgewisseld.

Hoofdzinik wissel uit
Vraagwissel jij uit?
Bijzin… dat ik uitwissel
Met een modaal werkwoordik wil uitwisselen
Voltooide tijdik heb uitgewisseld
Met om ... teom uit te wisselen
Gebiedende wijswissel uit!

Scheidbare werkwoorden: regels en checker

Oefen uitwisselen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

uitwisselen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De kinderen hun stickers op school .

  2. Verleden tijd

    Wij gisteren onze telefoonnummers .

  3. Voltooide tijd

    Ik mijn kaartje met een vriend .

  4. Bijzin

    Het is gezellig, als de buren recepten met elkaar .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is wissel. In wisselen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (wisselde, wisselden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (uitgewisseld).
  • Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat uit naar het eind: ik wissel uit. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik uitwissel, ... dat ik uitwisselde.
  • In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: uitgewisseld.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van uitwisselen?

wisselde uit (ik, jij, hij/zij/het) en wisselden uit (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van uitwisselen?

uitgewisseld, met hebben: ik heb uitgewisseld.

Gebruik je uitwisselen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb uitgewisseld, hij heeft uitgewisseld.

Is uitwisselen een scheidbaar werkwoord?

Ja. In een hoofdzin gaat uit naar het einde (ik wissel uit), in een bijzin blijft het vast (dat ik uitwissel). Voltooid deelwoord: uitgewisseld.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.