Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig, scheidbaar

Vervoeging van Uitwissen

uitwissen = to erase, wipe out

Hele werkwoord
uitwissen
Verleden tijd
wiste uit · wisten uit
Voltooide tijd
heeft uitgewist

Kort antwoord

Uitwissen is in het Engels to erase, wipe out. Verleden tijd: wiste uit (enkelvoud) en wisten uit (meervoud). Voltooid deelwoord: uitgewist, met hebben: ik heb uitgewist.

Oefen uitwissen

Tegenwoordige tijd

ikwis uit
jijwist uit
hij/zij/hetwist uit
wijwissen uit
julliewissen uit
zijwissen uit

Verleden tijd

ikwiste uit
jijwiste uit
hij/zij/hetwiste uit
wijwisten uit
julliewisten uit
zijwisten uit

Voltooide tijd

ikheb uitgewist
jijhebt uitgewist
hij/zij/hetheeft uitgewist
wijhebben uitgewist
julliehebben uitgewist
zijhebben uitgewist

Voltooid verleden tijd

ikhad uitgewist
jijhad uitgewist
hij/zij/hethad uitgewist
wijhadden uitgewist
julliehadden uitgewist
zijhadden uitgewist

Toekomende tijd

ikzal uitwissen
jijzult uitwissen
hij/zij/hetzal uitwissen
wijzullen uitwissen
julliezullen uitwissen
zijzullen uitwissen

Voorwaardelijke wijs

ikzou uitwissen
jijzou uitwissen
hij/zij/hetzou uitwissen
wijzouden uitwissen
julliezouden uitwissen
zijzouden uitwissen

Uitwissen is een scheidbaar werkwoord

In een hoofdzin gaat uit naar het einde (ik wis uit). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik uitwis). Voltooid deelwoord: uitgewist.

Hoofdzinik wis uit
Vraagwis jij uit?
Bijzin… dat ik uitwis
Met een modaal werkwoordik wil uitwissen
Voltooide tijdik heb uitgewist
Met om ... teom uit te wissen
Gebiedende wijswis uit!

Scheidbare werkwoorden: regels en checker

Oefen uitwissen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

uitwissen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Ik de fout op het bord met een doekje .

  2. Verleden tijd

    De golven onze voetstappen op het strand snel .

  3. Voltooide tijd

    Hij per ongeluk alle foto's van zijn telefoon .

  4. Bijzin

    Zij hoopt dat de tijd haar verdriet langzaam .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is wis. In wissen staat s voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (wiste, wisten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (uitgewist).
  • Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat uit naar het eind: ik wis uit. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik uitwis, ... dat ik uitwiste.
  • In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: uitgewist.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van uitwissen?

wiste uit (ik, jij, hij/zij/het) en wisten uit (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van uitwissen?

uitgewist, met hebben: ik heb uitgewist.

Gebruik je uitwissen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb uitgewist, hij heeft uitgewist.

Is uitwissen een scheidbaar werkwoord?

Ja. In een hoofdzin gaat uit naar het einde (ik wis uit), in een bijzin blijft het vast (dat ik uitwis). Voltooid deelwoord: uitgewist.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.