Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Vellen

vellen = to fell

Hele werkwoord
vellen
Verleden tijd
velde · velden
Voltooide tijd
heeft geveld

Kort antwoord

Vellen is in het Engels to fell. Verleden tijd: velde (enkelvoud) en velden (meervoud). Voltooid deelwoord: geveld, met hebben: ik heb geveld.

Oefen vellen

Tegenwoordige tijd

ikvel
jijvelt
hij/zij/hetvelt
wijvellen
jullievellen
zijvellen

Verleden tijd

ikvelde
jijvelde
hij/zij/hetvelde
wijvelden
jullievelden
zijvelden

Voltooide tijd

ikheb geveld
jijhebt geveld
hij/zij/hetheeft geveld
wijhebben geveld
julliehebben geveld
zijhebben geveld

Voltooid verleden tijd

ikhad geveld
jijhad geveld
hij/zij/hethad geveld
wijhadden geveld
julliehadden geveld
zijhadden geveld

Toekomende tijd

ikzal vellen
jijzult vellen
hij/zij/hetzal vellen
wijzullen vellen
julliezullen vellen
zijzullen vellen

Voorwaardelijke wijs

ikzou vellen
jijzou vellen
hij/zij/hetzou vellen
wijzouden vellen
julliezouden vellen
zijzouden vellen

Oefen vellen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

vellen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De boswachter vandaag een oude boom.

  2. Verleden tijd

    De houthakker gisteren drie grote bomen.

  3. Voltooide tijd

    De gemeente de zieke bomen in het park .

  4. Bijzin

    Wij hoorden de zaag, terwijl ze de boom .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is vel. In vellen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (velde, velden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (geveld).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij velt, maar vel jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van vellen?

velde (ik, jij, hij/zij/het) en velden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van vellen?

geveld, met hebben: ik heb geveld.

Gebruik je vellen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb geveld, hij heeft geveld.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.