Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level A2 · Irregular, separable

Voorlezen conjugation

voorlezen = to read aloud

Infinitive
voorlezen
Past
las voor · lazen voor
Perfect
heeft voorgelezen

Quick answer

Voorlezen means to read aloud. Past tense: las voor (singular) and lazen voor (plural). Past participle: voorgelezen, with hebben: ik heb voorgelezen.

Practise voorlezen

Present (tegenwoordige tijd)

iklees voor
jijleest voor
hij/zij/hetleest voor
wijlezen voor
jullielezen voor
zijlezen voor

Past (verleden tijd)

iklas voor
jijlas voor
hij/zij/hetlas voor
wijlazen voor
jullielazen voor
zijlazen voor

Perfect (voltooide tijd)

ikheb voorgelezen
jijhebt voorgelezen
hij/zij/hetheeft voorgelezen
wijhebben voorgelezen
julliehebben voorgelezen
zijhebben voorgelezen

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad voorgelezen
jijhad voorgelezen
hij/zij/hethad voorgelezen
wijhadden voorgelezen
julliehadden voorgelezen
zijhadden voorgelezen

Future (toekomende tijd)

ikzal voorlezen
jijzult voorlezen
hij/zij/hetzal voorlezen
wijzullen voorlezen
julliezullen voorlezen
zijzullen voorlezen

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou voorlezen
jijzou voorlezen
hij/zij/hetzou voorlezen
wijzouden voorlezen
julliezouden voorlezen
zijzouden voorlezen

Voorlezen is a separable verb

In a main clause voor goes to the end (ik lees voor). In a subordinate clause the two parts stay together (dat ik voorlees). Participle: voorgelezen.

Main clauseik lees voor
Questionlees jij voor?
Subordinate clause… dat ik voorlees
With a modal verbik wil voorlezen
Perfect tenseik heb voorgelezen
With om ... teom voor te lezen
Imperativelees voor!

Separable verbs: rules and checker

Practise voorlezen

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: voorlezen, las voor, voorgelezen.
  • Separable verb. In a main clause the prefix voor goes to the end: ik lees voor. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik voorlees, ... dat ik voorlas.
  • In the participle, ge goes between the two parts: voorgelezen.

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of voorlezen?

las voor (ik, jij, hij/zij/het) and lazen voor (wij, jullie, zij).

What is the past participle of voorlezen?

voorgelezen, with hebben: ik heb voorgelezen.

Is voorlezen used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb voorgelezen, hij heeft voorgelezen.

Is voorlezen a separable verb?

Yes. In a main clause voor goes to the end (ik lees voor), in a subordinate clause it stays attached (dat ik voorlees). Participle: voorgelezen.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.