Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Vestigen

vestigen = to establish, settle

Hele werkwoord
vestigen
Verleden tijd
vestigde · vestigden
Voltooide tijd
heeft gevestigd

Kort antwoord

Vestigen is in het Engels to establish, settle. Verleden tijd: vestigde (enkelvoud) en vestigden (meervoud). Voltooid deelwoord: gevestigd, met hebben: ik heb gevestigd.

Oefen vestigen

Tegenwoordige tijd

ikvestig
jijvestigt
hij/zij/hetvestigt
wijvestigen
jullievestigen
zijvestigen

Verleden tijd

ikvestigde
jijvestigde
hij/zij/hetvestigde
wijvestigden
jullievestigden
zijvestigden

Voltooide tijd

ikheb gevestigd
jijhebt gevestigd
hij/zij/hetheeft gevestigd
wijhebben gevestigd
julliehebben gevestigd
zijhebben gevestigd

Voltooid verleden tijd

ikhad gevestigd
jijhad gevestigd
hij/zij/hethad gevestigd
wijhadden gevestigd
julliehadden gevestigd
zijhadden gevestigd

Toekomende tijd

ikzal vestigen
jijzult vestigen
hij/zij/hetzal vestigen
wijzullen vestigen
julliezullen vestigen
zijzullen vestigen

Voorwaardelijke wijs

ikzou vestigen
jijzou vestigen
hij/zij/hetzou vestigen
wijzouden vestigen
julliezouden vestigen
zijzouden vestigen

Oefen vestigen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

vestigen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Veel jonge mensen zich in de grote stad.

  2. Verleden tijd

    Mijn opa zich in 1960 in Rotterdam.

  3. Voltooide tijd

    Zij zich na haar studie in Utrecht .

  4. Bijzin

    Het bedrijf is verhuisd omdat het zich liever in Amsterdam wilde .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is vestig. In vestigen staat g voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (vestigde, vestigden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gevestigd).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij vestigt, maar vestig jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van vestigen?

vestigde (ik, jij, hij/zij/het) en vestigden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van vestigen?

gevestigd, met hebben: ik heb gevestigd.

Gebruik je vestigen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gevestigd, hij heeft gevestigd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.