Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level A2 · Regular, separable

Inchecken conjugation

inchecken = to check in

Infinitive
inchecken
Past
checkte in · checkten in
Perfect
heeft / is ingecheckt

Quick answer

Inchecken means to check in. Past tense: checkte in (singular) and checkten in (plural). Past participle: ingecheckt, with hebben / zijn: ik heb / ben ingecheckt.

Practise inchecken

Present (tegenwoordige tijd)

ikcheck in
jijcheckt in
hij/zij/hetcheckt in
wijchecken in
julliechecken in
zijchecken in

Past (verleden tijd)

ikcheckte in
jijcheckte in
hij/zij/hetcheckte in
wijcheckten in
julliecheckten in
zijcheckten in

Perfect (voltooide tijd)

ikheb / ben ingecheckt
jijhebt / bent ingecheckt
hij/zij/hetheeft / is ingecheckt
wijhebben / zijn ingecheckt
julliehebben / zijn ingecheckt
zijhebben / zijn ingecheckt

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad / was ingecheckt
jijhad / was ingecheckt
hij/zij/hethad / was ingecheckt
wijhadden / waren ingecheckt
julliehadden / waren ingecheckt
zijhadden / waren ingecheckt

Future (toekomende tijd)

ikzal inchecken
jijzult inchecken
hij/zij/hetzal inchecken
wijzullen inchecken
julliezullen inchecken
zijzullen inchecken

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou inchecken
jijzou inchecken
hij/zij/hetzou inchecken
wijzouden inchecken
julliezouden inchecken
zijzouden inchecken

Practise inchecken

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is check. The infinitive checken has k before -en, one of the sounds in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -te (checkte, checkten) and the participle ends in -t (ingecheckt).
  • Separable verb. In a main clause the prefix in goes to the end: ik check in. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik incheck, ... dat ik incheckte.
  • In the participle, ge goes between the two parts: ingecheckt.
  • Hebben or zijn: hebben for the activity itself, zijn when you say where to or what changed. Ik heb online ingecheckt. Ik ben ingecheckt.

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of inchecken?

checkte in (ik, jij, hij/zij/het) and checkten in (wij, jullie, zij).

What is the past participle of inchecken?

ingecheckt, with hebben or zijn depending on the meaning: Ik heb online ingecheckt. Ik ben ingecheckt.

Is inchecken used with hebben or zijn?

Both, depending on the meaning: Ik heb online ingecheckt. Ik ben ingecheckt.

More verbs

All verbsDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.