Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A1 · Regelmatig

Vervoeging van Wachten

wachten = to wait

Hele werkwoord
wachten
Verleden tijd
wachtte · wachtten
Voltooide tijd
heeft gewacht

Kort antwoord

Wachten is in het Engels to wait. Verleden tijd: wachtte (enkelvoud) en wachtten (meervoud). Voltooid deelwoord: gewacht, met hebben: ik heb gewacht.

Oefen wachten

Tegenwoordige tijd

ikwacht
jijwacht
hij/zij/hetwacht
wijwachten
julliewachten
zijwachten

Verleden tijd

ikwachtte
jijwachtte
hij/zij/hetwachtte
wijwachtten
julliewachtten
zijwachtten

Voltooide tijd

ikheb gewacht
jijhebt gewacht
hij/zij/hetheeft gewacht
wijhebben gewacht
julliehebben gewacht
zijhebben gewacht

Voltooid verleden tijd

ikhad gewacht
jijhad gewacht
hij/zij/hethad gewacht
wijhadden gewacht
julliehadden gewacht
zijhadden gewacht

Toekomende tijd

ikzal wachten
jijzult wachten
hij/zij/hetzal wachten
wijzullen wachten
julliezullen wachten
zijzullen wachten

Voorwaardelijke wijs

ikzou wachten
jijzou wachten
hij/zij/hetzou wachten
wijzouden wachten
julliezouden wachten
zijzouden wachten

Oefen wachten

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is wacht. In wachten staat t voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (wachtte, wachtten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gewacht).

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van wachten?

wachtte (ik, jij, hij/zij/het) en wachtten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van wachten?

gewacht, met hebben: ik heb gewacht.

Gebruik je wachten met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gewacht, hij heeft gewacht.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.