Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig, niet scheidbaar

Vervoeging van Weerspiegelen

weerspiegelen = to reflect

Hele werkwoord
weerspiegelen
Verleden tijd
weerspiegelde · weerspiegelden
Voltooide tijd
heeft weerspiegeld

Kort antwoord

Weerspiegelen is in het Engels to reflect. Verleden tijd: weerspiegelde (enkelvoud) en weerspiegelden (meervoud). Voltooid deelwoord: weerspiegeld, met hebben: ik heb weerspiegeld.

Oefen weerspiegelen

Tegenwoordige tijd

ikweerspiegel
jijweerspiegelt
hij/zij/hetweerspiegelt
wijweerspiegelen
jullieweerspiegelen
zijweerspiegelen

Verleden tijd

ikweerspiegelde
jijweerspiegelde
hij/zij/hetweerspiegelde
wijweerspiegelden
jullieweerspiegelden
zijweerspiegelden

Voltooide tijd

ikheb weerspiegeld
jijhebt weerspiegeld
hij/zij/hetheeft weerspiegeld
wijhebben weerspiegeld
julliehebben weerspiegeld
zijhebben weerspiegeld

Voltooid verleden tijd

ikhad weerspiegeld
jijhad weerspiegeld
hij/zij/hethad weerspiegeld
wijhadden weerspiegeld
julliehadden weerspiegeld
zijhadden weerspiegeld

Toekomende tijd

ikzal weerspiegelen
jijzult weerspiegelen
hij/zij/hetzal weerspiegelen
wijzullen weerspiegelen
julliezullen weerspiegelen
zijzullen weerspiegelen

Voorwaardelijke wijs

ikzou weerspiegelen
jijzou weerspiegelen
hij/zij/hetzou weerspiegelen
wijzouden weerspiegelen
julliezouden weerspiegelen
zijzouden weerspiegelen

Weerspiegelen is niet scheidbaar

Het voorvoegsel weer- blijft in elke zin aan het werkwoord vast (ik weerspiegel, dat ik weerspiegel), en het voltooid deelwoord krijgt geen extra ge-: weerspiegeld.

Hoofdzinik weerspiegel
Vraagweerspiegel jij?
Bijzin… dat ik weerspiegel
Met een modaal werkwoordik wil weerspiegelen
Voltooide tijdik heb weerspiegeld
Met om ... teom te weerspiegelen
Gebiedende wijsweerspiegel!

Scheidbare werkwoorden: regels en checker

Oefen weerspiegelen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

weerspiegelen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Het meer de bergen mooi.

  2. Verleden tijd

    Zijn gezicht al zijn zorgen.

  3. Voltooide tijd

    Dit schilderij de sfeer van die tijd goed .

  4. Bijzin

    Ik vind dat de cijfers de werkelijkheid niet .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is weerspiegel. In weerspiegelen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (weerspiegelde, weerspiegelden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (weerspiegeld).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij weerspiegelt, maar weerspiegel jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van weerspiegelen?

weerspiegelde (ik, jij, hij/zij/het) en weerspiegelden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van weerspiegelen?

weerspiegeld, met hebben: ik heb weerspiegeld.

Gebruik je weerspiegelen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb weerspiegeld, hij heeft weerspiegeld.

Is weerspiegelen een scheidbaar werkwoord?

Nee. Het voorvoegsel weer- gaat bij weerspiegelen nooit los (ik weerspiegel, dat ik weerspiegel), en het voltooid deelwoord krijgt geen extra ge-: weerspiegeld.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.